Het is zondagochtend zes uur, ik trek de gordijnen open
en welks een schitterend tafereel strelen mijn oogkassen. Het mist, het miezelt
en de onyx gekleurde kasseien, die langs de stadswallen liggen van de
middeleeuwse nederzetting waar ik mijn leven doorbreng, liggen te glanzen als
schotels van kwik. Het zijn de perfecte omstandigheden voor een verkwikkende
ochtendwandeling.
Het is stil op straat behoudens enkele paradijsvogels die als ware representanten van het anachronisme met hun excentrieke gedrag en kleding een ware aanslag plegen op de esoterische stilte om me heen. Ik loop naar ze naar toe en sommeer ze vriendelijk edoch dringend mijn nederzetting via de stadspoort te verlaten. Zo geschiedt.
Ik sla de hoek om en betreed het Laantje der Treurnis, een somber laantje met een watertje omringd door treurwilgen. Hoeveel geluk kan een mens verdragen? Op een bankje aan het water onder een treurwilg zie ik iemand zitten. Ik loop naar het bankje toe en ga naast hem zitten. Zijn schouders hangen en hij heeft een holle blik in zijn ogen.
‘Gaat ie? ‘ vraag ik.
‘Niet echt. Het wil allemaal maar niet lukken. Ik voldoe aan
geen enkele voorwaarde om een geslaagd, dynamisch leven te leiden. ‘
‘Je mentale gesteldheid is die van een zak chips. ‘
‘Een zak chips? ‘
‘Ja. Leeg en hol, het kraakt en is flinterdun. Maar treur
niet, er is redding nabij. ‘
‘Redding? Hoe bedoel
je? ‘
‘Wel eens gehoord van De Eeuwige Wederkeer? ‘
‘Niet echt, ‘zegt hij terwijl hij rechtop gaat zitten en naar
me begint te staren.
‘Ik zal het je uitleggen. Tijd is een constante, een grootheid die de mens in het leven heeft geroepen, maar tijd zoals ons wordt voorgesteld bestaat niet. De tijd verloopt in een oneindige lus en alles wat je meemaakt heb je al een keer meegemaakt en zul je oneindig blijven meemaken. ‘
‘Nietzsche? ‘
‘Nee, de Eenzame Fietser. ‘
‘Die ken ik niet. ‘
‘De vraag is nu of je als individu kan ingrijpen en je leven kunt veranderen. Ik zal je vertellen dat je dat kan als individu. Doe er je voordeel mee. ‘ Zijn ogen beginnen te glanzen. Sterrenlicht doet de donkere schellen voor zijn ogen verdampen.
‘Bedankt, ‘zeg hij, kust mijn hand en loopt al fluitend met
rechte rug weg.
Ik heb moeite mijn lach in te houden maar als hij weg is rollen de tranen van plezier over mijn wangen. Onvoorstelbaar dat iemand zo’n lulverhaal slikt. Deze labielo zal van een koude kermis thuiskomen. Ik vermaak me opperbest de rest van de zondag. In de avond nuttig ik diverse kelken dubbel Bruine van Westmalle en duik lekker vroeg het mandje in.
Het is zondagochtend zes uur, ik trek de gordijnen open en welks een schitterend tafereel strelen mijn oogkassen. Het mist, het miezelt en de onyx gekleurde kasseien, die langs de stadswallen liggen van de middeleeuwse nederzetting waar ik mijn leven doorbreng, liggen te glanzen als schotels van kwik. Het zijn de perfecte omstandigheden voor een verkwikkende ochtendwandeling.
Foto : www.filosofie.nl

Reacties
Een reactie posten