Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Een onsje rookvlees.

  Ik word wakker met een kater. Niet omdat ik vorige avond veel gedronken heb, ik drink al sinds mijn elfde niet meer, maar omdat ik wederom in het westen en niet in het Wilde Westen ben wakker geworden. Het is een niet te vervullen wens die ik heb, helaas is deze onmogelijk.   Ik sleep mezelf naar de keuken, trek de koelkast open en voel pijnscheuten in mijn hoofd door het felle licht uit de koelkast. ‘Het beleg is op. Kun je een onsje rookvlees halen?‘ hoor ik galmen vanuit de woonkamer. Ik trek mijn duffelse jas aan en ga naar buiten. Eenmaal buiten kom ik de dorpsgek tegen. Hij staat erom bekend dat hij geen één van alle zeven op een rij heeft. ‘Wat ga je doen?’ vraagt hij. ‘Een ons rookvlees halen.’ ‘Ik heb vanmorgen iets gedaan wat onmogelijk is,’ zegt hij. ‘Als je iets gedaan hebt wat onmogelijk is, dan is het niet meer onmogelijk, maar mogelijk.’ ‘Niet zo bijdehand hè? ‘ zegt hij terwijl hij me aankijkt met dat opgezwollen hoofd van hem. ‘Wat heb je dan g...
Recente posts

Offron de Pédistance

‘Zullen we aan gezinsuitbreiding doen? ‘ Ik draai me om en kijk in de reebruine ogen van mijn vriend. ‘Hoe had je dat gedacht? Wie van ons gaat het kind baren? ‘ ‘Niet baren en geen kind, ‘ zegt hij lachend. ‘Ik bedoel een kat. Gezinsuitbreiding in de vorm van een kat.' Daar kan ik me wel in vinden en nog dezelfde dag staan we voor nummer 666 van onze straat. Nummer 666 is een afwijkend bouwsel. Met de torentjes, erkers zware bakstenen heeft het iets, wat zal ik zeggen, gotisch zeg maar. De gevel is behangen met ruige klimop en de tuin is weelderig met woest groen gelardeerd met het felle rood van rozen die aan doornstruiken hangen. Het huis wordt bewoond door het kattenvrouwtje. Verweesde, eenzame en weggelopen katten vinden bij haar een tweede huis en mensen die interesse in een kat hebben kunnen bij haar terecht. Althans, dat doet het kleine reclamebriefje, welke wij recent in onze brievenbus hebben ontvangen, ons vertellen. Eerlijk gezegd hebben we nog nooit van het kat...

Zintuiglijk

  Ik stond laatst voor een kolossaal stenen gebouw. De machtige voorgevel helde naar voren en leek een constant gevecht met de zwaartekracht te voeren. Niks dan grijs zag ik om me heen. Grijs van de kolendampen uitgestoten door fabrieken in deze afgelegen arbeiderswijk. Het gebouw werd bewoond door vreemde sujetten waar geen fatsoenlijk gesprek mee te voeren viel. Op zich was dat niet vreemd, ik bevond me namelijk in een gekkenhuis. De gangen, kamers, zolders, kelders, werkelijk iedere ruimte was vergeven van gekken, dwazen en krankzinnigen. Ik ging op speurtocht en belandde in een bibliotheek waar ik een boek uit de schappen trok en begon te lezen. De fabuleuze proza die mijn ogen streelde bedwelmde mijn geest. Zelden heb ik zulk mooi zintuiglijk geschreven teksten onder mijn ogen gehad. Het moet geschreven zijn door een dwaas, een geniale dwaas wel te verstaan. Er is geen touw aan vast te knopen, maar zijn begrijpen en helderheid geen overbodige begrippen bij zoveel genialiteit?...

resteif emaznee eD

    Ik weet niet hoe u het met u zit, maar ik heb werkelijk een bloedhekel aan colporteurs. Herstellende van een knieoperatie scharrelde ik recent met twee krukken over de Hoogstraat toen, je houdt het werkelijk niet voor mogelijk, mijn weg werd geblokkeerd door een heikneuter. Ik zag het al meteen – die gaat strooien – dacht ik, en geen pepernoten maar levenswijsheden. ‘Wat vindt u van de stelling ‘ God is dood , ’ vroeg hij. Uiteraard wist ik door mijn belezenheid meteen welke kant hij me op wilde dirigeren. ‘Moet je eens luisteren Enorme, ‘ zei ik. ‘Enorme? ‘ ‘Enorme. Van enorme vriend. Luister goed naar me. Also sprach Zarathustra van Friedrich Nietzsche is een flutboekje buitencategorie en staat ook wel bekend als De ontvoering van Heineken  uit de wereld van de filosofie. Het wordt voornamelijk gelezen door persoonlijkheden van bordkarton die zo inwisselbaar zijn dat hun afdruk in het universum vervliegt als een scheet bij windkracht 11. Met dat boekje ga...

Persoonlijkheidstest.

  Ik heb jaren geleden, net als heel veel mensen, wel eens een persoonlijkheidstest gedaan. Ik werd er min of meer toe gedwongen door de organisatie waar ik toen voor werkte. Dat ik in die periode enkele chefs op de bek had geramd zal daar ongetwijfeld mede debet aan zijn geweest. Daar stond ik dan op een dinsdagochtend. Het bedrijventerrein waar de organisatie zat die de testen afnam was van een onbeschrijfelijke treurnis. Lelijke wederopbouw architectuur gecombineerd met wanstaltige jaren tachtig meuk. Eenmaal binnen in het fantasieloze kantoor kreeg ik een smakeloze instantkoffie geserveerd en werd me verteld dat ik ongeveer een kwartier moest wachten. Na een kwartier betrad ik het kantoor van de functionaris die mij de test zou gaan afnemen. Tja, wat zal ik zeggen. Als hij me had verteld dat hij de broer van Gargamel was dan had ik het stante pede geloofd. Rond zijn kale, glimmende schedel had hij een zwarte band haar. Zijn streepjesoverhemd was net iets te wijd en zijn pantalo...

Het lampje van de koelkast.

  Beste lezer.   Na honderdtweeëndertig stukjes kom ik tot u met een trendbreuk. Mocht u de trendbreuk ontwaren, dit gelieve bij het kopje ‘reacties’ te melden.   Polleke staat in de keuken een boterham te smeren, een boterham met boter en vellenworst. Doordat de zon recht op het keukenraam staat is de temperatuur aan het aanrecht gestegen tot zesendertig graden. De boter op de boterham begint te smelten en in diens vrije val neemt deze een stuk vellenworst mee en belandt op de rossig uitgeslagen met pukkels bezaaide linkerdij van Polleke. Hij is moeder’s mooiste niet, maar dat weet hij zelf al jaren. Terwijl hij met zijn lange tong met ferme halen de gesmolten boter ( de vellenworst is inmiddels op de grond gevallen ) van zijn dij likt hoort hij iemand aan komen lopen. Hij kijkt op en ziet Korneel, zijn huisgenoot. Hoewel het haast onmogelijk is is Korneel fysiek nog afstotelijker dan Polleke. Beide heren hebben zich echter met hun lot verzoend. ‘Hoi Korneel,‘ zegt Polle...

Infantino sucks!!!

  Ik heb niet veel met drugs, sterker nog, ik heb er niks mee. Toch wil ik een uitzondering maken voor de drug koffie. Iedere dag laaf ik me weer aan deze heerlijke drank. ‘Die eerste slok koffie is meteen ook het mooiste moment van de dag,‘ zeg ik tegen mijn vriend. ‘Is dat niet wanneer je je goudeerlijke, blauwe kijkers open doet en mij ziet? ‘ ‘Nee,‘ zeg ik. Hij moet even incasseren, maar gelukkig kan hij wel wat hebben. Om enige goede wil te tonen nodig ik hem uit voor een verkwikkende ochtendwandeling langs de door volwassen bomen omzoomde lanen en singels van het pittoreske wijkje waar wij wonen. Halverwege worden we aangesproken door een jongmens. Dit jongmens blijkt een wandelende reclamezuil en maakt reclame voor een nieuwe, hippe koffiebar.  ‘Bij ons drinkt u niet alleen koffie, u bent onderdeel van een beleving, bijkans een evenement. Al genietend van de voortreffelijke creaties die onze barrista’s bereiden kunt u converseren met gelijkgestemde zielen, local...