Ik word wakker met een kater. Niet omdat ik vorige avond veel gedronken heb, ik drink al sinds mijn elfde niet meer, maar omdat ik wederom in het westen en niet in het Wilde Westen ben wakker geworden. Het is een niet te vervullen wens die ik heb, helaas is deze onmogelijk. Ik sleep mezelf naar de keuken, trek de koelkast open en voel pijnscheuten in mijn hoofd door het felle licht uit de koelkast. ‘Het beleg is op. Kun je een onsje rookvlees halen?‘ hoor ik galmen vanuit de woonkamer. Ik trek mijn duffelse jas aan en ga naar buiten. Eenmaal buiten kom ik de dorpsgek tegen. Hij staat erom bekend dat hij geen één van alle zeven op een rij heeft. ‘Wat ga je doen?’ vraagt hij. ‘Een ons rookvlees halen.’ ‘Ik heb vanmorgen iets gedaan wat onmogelijk is,’ zegt hij. ‘Als je iets gedaan hebt wat onmogelijk is, dan is het niet meer onmogelijk, maar mogelijk.’ ‘Niet zo bijdehand hè? ‘ zegt hij terwijl hij me aankijkt met dat opgezwollen hoofd van hem. ‘Wat heb je dan g...
‘Zullen we aan gezinsuitbreiding doen? ‘ Ik draai me om en kijk in de reebruine ogen van mijn vriend. ‘Hoe had je dat gedacht? Wie van ons gaat het kind baren? ‘ ‘Niet baren en geen kind, ‘ zegt hij lachend. ‘Ik bedoel een kat. Gezinsuitbreiding in de vorm van een kat.' Daar kan ik me wel in vinden en nog dezelfde dag staan we voor nummer 666 van onze straat. Nummer 666 is een afwijkend bouwsel. Met de torentjes, erkers zware bakstenen heeft het iets, wat zal ik zeggen, gotisch zeg maar. De gevel is behangen met ruige klimop en de tuin is weelderig met woest groen gelardeerd met het felle rood van rozen die aan doornstruiken hangen. Het huis wordt bewoond door het kattenvrouwtje. Verweesde, eenzame en weggelopen katten vinden bij haar een tweede huis en mensen die interesse in een kat hebben kunnen bij haar terecht. Althans, dat doet het kleine reclamebriefje, welke wij recent in onze brievenbus hebben ontvangen, ons vertellen. Eerlijk gezegd hebben we nog nooit van het kat...