Doorgaan naar hoofdcontent

Offron de Pédistance



‘Zullen we aan gezinsuitbreiding doen? ‘

Ik draai me om en kijk in de reebruine ogen van mijn vriend.

‘Hoe had je dat gedacht? Wie van ons gaat het kind baren? ‘

‘Niet baren en geen kind, ‘ zegt hij lachend. ‘Ik bedoel een kat. Gezinsuitbreiding in de vorm van een kat.'

Daar kan ik me wel in vinden en nog dezelfde dag staan we voor nummer 666 van onze straat. Nummer 666 is een afwijkend bouwsel. Met de torentjes, erkers zware bakstenen heeft het iets, wat zal ik zeggen, gotisch zeg maar. De gevel is behangen met ruige klimop en de tuin is weelderig met woest groen gelardeerd met het felle rood van rozen die aan doornstruiken hangen. Het huis wordt bewoond door het kattenvrouwtje. Verweesde, eenzame en weggelopen katten vinden bij haar een tweede huis en mensen die interesse in een kat hebben kunnen bij haar terecht. Althans, dat doet het kleine reclamebriefje, welke wij recent in onze brievenbus hebben ontvangen, ons vertellen. Eerlijk gezegd hebben we nog nooit van het kattenvrouwtje gehoord.

Nummer 666 heeft geen bel, maar een ouderwetse deurklopper. Het kattenvrouwtje doet open en begeleidt ons naar de tuin. We lopen door het huis dat uit elkaar lijkt te barsten van de spullen. Schilderijen, snuisterijen, grand foulards, grote eiken kasten en poppenhuizen, je kunt het zo gek niet bedenken. In de tuin wemelt het van de katten maar er is eentje die mijn volle aandacht krijgt. Als een heraut sluipt een grote zwarte kater om ons heen. De vacht is zwart, gitzwart en glanst als onyx.

‘ Ik wil deze, ‘ zeg ik tegen mijn vriend.  ‘Ik vind het prima duifje, ‘en hij pakt de kater op en begint met het beestje te kroelen. ‘Heeft deze een naam? ‘vraag ik het kattenvrouwtje. Het kattenvrouwtje schudt haar hoofd. ‘Prima, ‘zeg ik. ‘Dan heet hij bij deze Onyx. ‘ Na wat voor de hand liggende tips en benodigdheden die we van het kattenvrouwtje krijgen willen we ons omdraaien en op huis gaan. ‘Wacht,‘ zegt het kattenvrouwtje. ‘Er is één ding wat jullie moeten weten. ‘ Ze staart ons aan en in plaats van een mededeling te doen blijft ze hol en leeg voor zich uitstaren. ‘Wat moeten wij weten mevrouw? ‘vraagt mijn vriend.

 ‘Offron, ‘ fluistert het vrouwtje.

‘Offron? ‘

‘Ja, Offron. Offron de Pédistance. Onyx heeft soms last van Offron de Pédistance. ‘

Mijn vriend en ik kijken elkaar aan en hebben moeite om niet in de lach te schieten.  ‘Kunt u ons op weg helpen mevrouw? Wij hebben geen idee wat Offron de Pédistance is.‘ Het kattenvrouwtje begint met haar ogen te draaien, gooit haar hoofd in haar nek en draagt het volgende vreemde gedicht voor.

 Zoveel drukte, zoveel lawaai, maar alles wat ik zie,

Is geen lichaam, maar een ziel, de denkende substantie.

Wees op uw hoede, geef de kater geen kans.

Voor je weet bedient hij zich van Offron de Pédistance.

‘Wat was dat nou?’ vraag ik als we buiten lopen. ‘Ach niks duifje. Het was niks meer dan een dolende dwaas. Kom, we gaan thuis lekker van Onyx genieten.

We beleven de mooiste tijd van ons leven met Onyx. We gaan steeds minder vaak weg, blijven vaker thuis om optimaal van Onyx te kunnen genieten. Waar we voorheen drie keer per week naar de buurtkroeg gingen om ons met trappisten vol te gieten werd dat allengs twee keer, een keer, nul keer. Op een gegeven moment gingen we onze trappisten bij de slijterij halen, maar ook dat werd steeds minder totdat we helemaal geen alcohol meer tot ons namen. We willen volkomen helder van Onyx kunnen genieten. We gaan parttime werken om meer tijd met Onyx te kunnen doorbrengen. Parttime wordt nog meer parttime en nog meer parttime tot het moment daar is dat we onze banen opzeggen. Ach, waar hebben we het over? We zijn misschien dan wel opgeklommen tot de toppen van de functieschalen en salarisschalen, maar de ganse dag naar een excel sheet staren is toch ook niet iets waarvoor we op aarde zijn gekomen. Ik heb het dan geeneens over de nietszeggende collega’s die ons omringen. Kortom, we kunnen het missen als kiespijn.

De ene prachtige dag met Onyx volgt de andere prachtige dag op. We kunnen ons geluk niet op, het voelt als een droom…………………………………………totdat het noodlot toeslaat. Mijn vriend en ik zitten in de tuin en genieten van de sterrenpracht. Plots horen we een gegrom en een plof. We rennen naar binnen en daar ligt Onyx. Op zijn rug, verstijfd en met de poten in de lucht. Hij lijkt wel gemummificeerd. Ik probeer hem nog tot leven te wekken, maar het mag niet baten. Onyx is niet meer. We hebben drie dagen achter elkaar gehuild en toen waren we pas in staat een graf te graven. In het midden van onze tuin staat het praalgraf voor Onyx. We hebben een kist van het beste hout laten maken en de binnenkant met scharlakenrood fluweel bekleed. De rouwperiode was intens, duurde weken. Na verloop van tijd lukt het mondjesmaat ons leven weer op te pakken. Het wordt echter nooit meer als vanouds.

Op een avond zit ik beneden een boek te lezen als plots mijn vriend vanuit de slaapkamer krijst dat ik naar boven moet komen. Ik loop naar boven en op de drempel van onze slaapkamer voel ik dat mijn hart stopt met kloppen. Mijn vriend ligt in bed te lezen en naast hem zit Onyx. Even denk ik dat ik gek ben geworden, maar het is hem echt. We zien het aan zijn postuur, aan zijn oogopslag, zijn manier van knorren, hoe hij op ons reageert en op zijn naam, maar vooral aan het naamplaatje. We knuffelen hem bijna plat en de tranen lopen over onze wangen. ‘Hoe kan dit? Hoe kan dit? ‘ roep ik uit. ‘Hij moet schijndood zijn geweest, dat is de enige verklaring, ‘ zegt mijn vriend. ‘Maar hoe is hij dan uit het graf gekomen? ‘ ‘Ik heb geen idee, ‘huilt mijn vriend, maar het belangrijkste is dat hij terug is.’ Onyx springt op de schoot van mijn vriend en kijkt hem strak in de ogen aan. ‘ ‘Creepy!‘ lacht mijn vriend. ‘Hij zal er ook wel aan moeten wennen dat hij terug is.’ Dan draait Onyx zich om en springt uit het raam. We zien hem nog net tussen de bomen verdwijnen. ‘Ik snap het niet, maar het belangrijkste is dat hij terug is,‘ zeg ik.

We zien Onyx die avond niet meer. Ik kom niet in slaap terwijl mijn vriend volkomen onder zeil is. Het houdt me teveel bezig en voor ik het weet sta ik buiten in de tuin bij het praalgraf van Onyx. Voorzichtig open ik de kist en het voelt alsof ik met natte doeken in mijn nek wordt geslagen. In de kist ligt Onyx, volkomen verstijfd en half ontbonden. Ik snap het niet, het was hem toch echt. Het wordt me allemaal teveel en ik loop het bos in. Na een uur ben ik terug en ik zie dat het pad in de tuin is omgewoeld. Mijn vriend is nergens te bekennen. Mijn God, hij heeft ontdekt dat Onyx nog in zijn kist ligt. Als hij maar geen rare dingen gaat doen! Ik loop door de donkere straten van onze wijk maar kan mijn vriend niet vinden. De zon komt al op als ik weer thuis ben. Ik loop naar onze slaapkamer en blijf wederom verstijfd op de drempel staan. Het bed is leeg, maar halverwege is er een bolling onder het dekbed. Ik voel het kippenvel over mijn rug lopen als ik het dekbed wegtrek. Het lijkt eeuwen te duren voordat ik het besef, maar ik kijk in de ogen van Onyx. Ik wil wegrennen, maar struikel en val tegen een muur. Onyx springt van het bed en komt voor me staan. Hij beweegt zijn mond en ik zweer bij al het leven op aarde dat de woorden die uit zijn bek komen Offron de Pédistance zijn. Half krankzinnig ren ik de trap af naar de tuin en laat me bij het praalgraf op mijn knieën vallen. Met mijn blote handen graaf ik in de aarde en als ik al niet krankzinnig was dan ben ik het nu. Mijn handen stuiten op het verstijfde lichaam van mijn vriend.

Het kan niet menselijk geklonken hebben, de kreten die uit mijn keel kwamen. Het duurde niet lang voordat ik geboeid en al op de grond lag. ‘U heeft het recht te zwijgen, ‘ hoor ik voordat ik word weggevoerd. ‘Het is Offron de Pédistance!!! ‘gil ik. ‘Volkomen gestoord,‘ hoor ik iemand zeggen. ‘Het is het kattenvrouwtje op nummer 666, ‘probeer ik nog. ‘Nummer 666 staat al jaren leeg mijnheer. Wie wil er in vredesnaam in een huis met het Getal Van Het Beest wonen?

Terwijl ik geboeid in de politieauto zit zie ik nog net hoe Onyx door het buurjongetje geknuffeld wordt en mee naar hun huis wordt genomen.

 

Foto : reddit

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Slijter.

  Ik wil het in dit stukje over het fenomeen slijter hebben. U weet wel, die man of vrouw die in stofjas achter de toonbank flessen advocaat en citroenjenever staat te verkopen. Misschien, maar ik denk het niet, heeft u wel eens van het begrip onomatopee ( klanknabootsing ) gehoord. Een  onomatopee  of  klanknabootsing  is een woord dat fonetisch het geluid dat het beschrijft nabootst of suggereert.   Je kan dit zelfs nog breder zien. Een woord kan daarnaast ook associaties, beelden oproepen. Ik heb dit zelf bijvoorbeeld bij het woord swaffelen. Ik had nog nooit van dat woord gehoord, maar wist meteen wat het behelsde toen ik het woord voor het eerst hoorde. Als we bijvoorbeeld eens kijken, luisteren naar het woord boterbloempje. Al heb je nooit van dit woord gehoord, de klank bootst liefde, zachtheid en vriendelijkheid uit. Als u het uitspreekt dan danst de letter B over uw lippen. Gaat u maar eens voor de spiegel staan en kijk naar u zelf als u het wo...

Bijtende honden blaffen niet.

  Ik zet een punt achter de laatste zin. Ik ben klaar, althans gereed om de boel te gaan redigeren.   Apetrots ben ik op mijn eerste dichtbundel die ik de titel ‘Bijtende honden blaffen niet’ heb gegeven. De gedichten zijn geschreven in kubistisch abstracte stijl en de kenmerken hiervan, gevarieerde tekstvlakken die vanuit meerdere perspectieven worden getoond waardoor de tekst een fragmentarisch abstracte indruk op de lezer achterlaat, heeft zich tot mijn volle tevredenheid in de gedichten geopenbaard. Nu rest mij niets anders dan het geheel van voor tot achter door te lopen en te redigeren daar waar nodig. Uit ervaring weet ik dat het proces van redigeren een geïsoleerde omgeving en totale stilte vereist. De minste vorm van onzinnig gekakel om je heen kan de balans tijdens het creatieve proces volkomen verstoren. Daarom heb ik een afgelegen boshut gehuurd in het hoge noorden. Het is een lange reis, maar alles dient in het teken te staan van mijn eerste bundel. Na een bootr...

Sprookje

  ‘Het leven is een sprookje,‘ hoor je vaak. Ik heb nooit aandacht besteed aan deze holle frase………..tot vorige maand. Op 13 mei ben ik begonnen met het schrijven van mijn biografie. Tijdens het schrijven ben ik tot de conclusie gekomen dat ik in mijn leven regelmatig in sprookjesachtige situaties verzeild ben geraakt. Ik maak u dit duidelijk met twee voorbeelden.   Wandelmaatje   Jaren geleden had ik een wandelmaatje. Met een rugzak vol water, eierkoeken en boterhammen zijn we het halve land doorgegaan. We liepen over verstilde stranden, door vochtige polders, bedompte bossen en verlaten industriesteden. Wandelingen door donkere bossen had onze voorkeur. ‘Ik heb een mooie wandeling op het oog,‘ zei hij op een dag. ‘Een wandeling van dertig kilometer in ‘ Het Verstilde Woud’ in de negorij De Achterhoek. Ik heb wat voorstudie gedaan en gezien dat er halverwege een pannenkoekrestaurant is. Het restaurant ziet er lekker uit. Wat dacht je ervan? Aanstaande zaterdag?‘ ‘...