Doorgaan naar hoofdcontent

Zintuiglijk

 


Ik stond laatst voor een kolossaal stenen gebouw. De machtige voorgevel helde naar voren en leek een constant gevecht met de zwaartekracht te voeren. Niks dan grijs zag ik om me heen. Grijs van de kolendampen uitgestoten door fabrieken in deze afgelegen arbeiderswijk. Het gebouw werd bewoond door vreemde sujetten waar geen fatsoenlijk gesprek mee te voeren viel. Op zich was dat niet vreemd, ik bevond me namelijk in een gekkenhuis. De gangen, kamers, zolders, kelders, werkelijk iedere ruimte was vergeven van gekken, dwazen en krankzinnigen. Ik ging op speurtocht en belandde in een bibliotheek waar ik een boek uit de schappen trok en begon te lezen. De fabuleuze proza die mijn ogen streelde bedwelmde mijn geest. Zelden heb ik zulk mooi zintuiglijk geschreven teksten onder mijn ogen gehad. Het moet geschreven zijn door een dwaas, een geniale dwaas wel te verstaan. Er is geen touw aan vast te knopen, maar zijn begrijpen en helderheid geen overbodige begrippen bij zoveel genialiteit? Uit de eerste zinnen maakte ik op dat ook hij dit gebouw heeft betreden en de dwazen en gekken heeft ontmoet. Hij heeft zijn proza ondertekend met Yksinäinen Pyöräilijä. Het is me nooit gelukt te achterhalen wie deze prachtige woorden heeft geschreven.

De avond zakt als een donker gekleurd damasten kleed over mijn schouders. Ik sta voor een kolossaal stenen gebouw met een machtige voorgevel die naar voren helt. Alsof deze een constant gevecht voert met de zwaartekracht. De ruwe gevel verleidt mij tot aanraking en ik rasp mijn handpalm over de muur. Steken schieten in mijn klauw en bloed druipt over mijn polsen. Met ferme halen lik en slurp ik het bloed op welke een smaak van roestig ijzer in mijn keelholte achterlaat. Ik verlies mijn geduld en bonk met ferme halen op de deur. Na een minuut of twee opent de deur zich met een geluid van een krijsende buidelrat die onder een bovenmaatse karrenwiel wordt geplet. Een immense slagschaduw veroorzaakt door een opgezwollen lijf verblindt mijn zicht. Voor me staat wat eens bij geboorte een vrouw was. Het ganse lijf straalt onmenselijkheid uit. Het haar zo vet als ganzenlever, de huid gelijk een leproos, de teennagels beschimmeld als ware het korsten zout, de uiers als ingezakte hangmatten en dan die ogen, ja die ogen. Flets grijze ogen met daarop kronkelende, dieprode aderen van waaruit de dood je aanstaart. Het gedrocht opent haar bakkes en stiet een kreet – Wat ik hier kom doen. Een allesoverheersende dreklucht zeilt uit haar keel en slaat me in mijn gezicht. Ik wil door het gedrocht heen lopen, maar het verspert me de doorgang met opgeheven armen. Oksels met strengen samengeklit haar komen me tegemoet en voor ik het weet drukt het gedrocht een oksel op mijn gezicht. De geur en smaak van zuur van leeggelopen batterijen en bedorven eierkoeken doen me kokhalzen. Ik gooi mijn maaginhoud over het schepsel heen en terwijl het de vomit uit d’r oren schept veeg ik mijn bloedende klauw af aan haar vette haren en scharrel de eerste beste gang in.

Aan het einde van de gang ontwaar ik een nieuw gedrocht. Het is klein, niet hoger dan een meter vijftig, en ik de schat de leeftijd ergens tussen de twaalf en de tachtig jaar oud. De gnoom lijkt van het mannelijke geslacht te zijn. Aan het ophalen van de neus en het raspen van de keel lijkt dit misbaksel een flinke verkoudheid te hebben opgelopen. ‘ Waar is de eetzaal? ‘ krijs ik met als doel enige autoriteit op te bouwen. Het zwakzinnige schepsel staart me aan zonder iets te zeggen terwijl mijn blik naar de neus wordt getrokken. Deze is groot, pokdalig, groengrijs en bezit een wrat van onmenselijke proporties. Het misbaksel plant een duim op de wrat en deze begint vervaarlijk te schudden en te trillen gelijk een drilpudding. Met het geluid van een geplette kwal barst de wrat open en de warme inhoud landt op mijn voorhoofd. Tergend langzaam zakt de pus, zo te voelen in een rechte lijn, naar beneden en belandt op mijn bovenlip. Ik wil de pus van mijn lip blazen, maar ik beheers deze techniek maar matig en in plaats van wegblazen zuig ik de sliert pus op. De smaak, wat kan ik erover zeggen? Stelt u zich een combi voor van rotte haring, zure melk en een bak diarree die een dag lang heeft liggen broeien in vijfendertig graden en u komt enigszins in de buurt. Mijn sterke geest zorgt ervoor dat ik niet flauwval en ik ben zinnens het schepsel een por op de neus te geven. Ik hef mijn vuist en net voordat ik deze op het neusbeen wil laten neerdalen stokt mijn arm. Uit zijn neus kruipt een dikke, grijze, slijmerige sliert snot. Het lijkt op een vette aardworm die zijn neus verlaat. Het stuk nageboorte snuift zijn grog op en door de opwaartse kracht slingert de sliert de lucht in en belandt, u gelooft het niet, op het hoornvlies van mijn linkeroog. De pijnscheut in mijn oog is intens en ik krijs gelijk Lucifer de gevallen Engel die in de fik staat. Tussen de pijnscheuten door kijk ik om me heen. Het schepsel is gevlogen, als de Duivel in de nacht.

Ik ga op zoek naar de eetzaal. Mijn maag kreunt, krampt, stoempt en rammelt gelijk een wolverine in een berenklem. Plots sta ik voor een grote, houten met diverse uitsnijdingen van figuren beklede deur. Naakte mensen? Centauren? Hybride schepsels? De Hel? Pijn? Lijden? Wattuhfak moet dit voorstellen??? The Garden of Delights from the one and only Jheronimus Bosch? Pijnscheuten teisteren mijn delicate hersenen. Mijn kroonjuwelen draaien als een tol in het rond. Nee!!! Die kroonjuwelen bedoel ik niet. Ik bedoel mijn hersens, niets meer en niets minder. Ik trap de deur open en een last, gelijk een slechtvalk in duikvlucht, valt van mijn schouders. De eetzaal. Je suis arrivé! Comme d’habitude. Ik scharrel langs het buffet waarachter een op z’n zachtst gezegd onverzorgd wijf staat. Haar tanden zijn zwarter dan de zwartste Duivel die ik ooit heb mogen aanschouwen. Haar gebit lijkt op een mini uitvoering van een rotsachtige pier bedekt met mos. Schots en scheef bedekt met een laag schimmel. Ze haalt haar vinger door een oor waarna ze deze op mijn onderlip legt. ‘ Sabbel, ‘ zegt ze. ‘Sabbel en proef de ware poëzie van bitter waarbij dubbel gehopte IPA’S en stronken witlof verbleken tot droge, smaakloze, witte boterhammen.‘ Ik sabbel en warempel, het oorsmeer doet mijn smaakpapillen tintelen. Dit is haute cuisine buitencategorie. ‘Doet u mij maar een bord gortepap wijf en roer er maar een extra portie oorsmeer doorheen. ‘ De alles behalve elegante en fragiele vrouw lacht haar bloedende tandvlees bloot. ‘Komt voor de bakker,‘ zegt ze. ‘Euh…..ik bedoel : Komt voor de buffetvrouw. ‘

Ik ga in een hoek zitten en slurp de gortepap naar binnen. Het wordt tijd de eetzaal te verlaten. Mijn buik is vol en de paar idioten die hier zitten zijn knetter, maar dan ook knettergek. Ik loop door een donkere gang. Gestommel. Een schim op een trap. Een deel van een gezicht dat ik ontwaar. Een bloedzuiger!!! Het is een bloedzuiger!!! Ik ren de trap op, maar de bloedzuiger is me te snel af. Op de tweede verdieping ben ik hem of haar kwijt. Even wordt het me teveel, maar dan zie ik haar staan…..... in een donkere hoek. De prinses waar ik al die jaren op heb gewacht. Die ranke gestalte, de huid gekleurd als ebbenhout, het dikke, golvende haar. Oooh mon amour. Cést moi!!! Ich liebe dich!!! Ik neem haar in een wals en draai rond in de gang. Plots fel licht!!! De ganse verdieping baadt in fel, pijnscheuten veroorzakend licht. ‘Wat zijn we aan het doen Yksinäinen Pyöräilijä?’ hoor ik iemand knieren. 'Ik dans, ik wals met mijn prinses.’ Kijk eens goed naar je prinses‘ Ik kijk naar mijn prinses en ze is rank, heeft een huid als ebbenhout en dik, golvend haar. Het is een zwabber met een steel van ebbenhout. ‘Je bent vanmorgen een beetje ondeugend geweest Yksinäinen Pyöräilijä. Alleen naar buiten gaan en dan op de deur staan bonken. Je weet dat je dat niet mag doen. Als je nu netjes eerst je pilletjes neemt dan gaan we samen naar buiten. Was jij vroeger niet zo’n fanatieke fietser die altijd alleen op pad ging? Zo’n Eenzame Fietser? Dat kan niet meer, maar wat zou je ervan vinden als we samen gingen fietsen?................Eenzame Fietser.


Foto : www.wikipedia.nl



Reacties