Doorgaan naar hoofdcontent

Het lampje van de koelkast.

 


Beste lezer.

 

Na honderdtweeëndertig stukjes kom ik tot u met een trendbreuk. Mocht u de trendbreuk ontwaren, dit gelieve bij het kopje ‘reacties’ te melden.

 

Polleke staat in de keuken een boterham te smeren, een boterham met boter en vellenworst. Doordat de zon recht op het keukenraam staat is de temperatuur aan het aanrecht gestegen tot zesendertig graden. De boter op de boterham begint te smelten en in diens vrije val neemt deze een stuk vellenworst mee en belandt op de rossig uitgeslagen met pukkels bezaaide linkerdij van Polleke. Hij is moeder’s mooiste niet, maar dat weet hij zelf al jaren. Terwijl hij met zijn lange tong met ferme halen de gesmolten boter ( de vellenworst is inmiddels op de grond gevallen ) van zijn dij likt hoort hij iemand aan komen lopen. Hij kijkt op en ziet Korneel, zijn huisgenoot. Hoewel het haast onmogelijk is is Korneel fysiek nog afstotelijker dan Polleke. Beide heren hebben zich echter met hun lot verzoend.

‘Hoi Korneel,‘ zegt Polleke.

‘Hoi Polleke,‘ zegt Korneel.

Polleke ziet dat Korneel een grote doos in zijn handen heeft. Korneel zet de doos op het aanrecht en haalt het deksel eraf. Polleke kijkt in de doos en ziet een paar bomen, een paar lantaarnpalen, straatsteentjes en een paar huizen. Korneel opent de koelkast en stopt de inhoud van de doos in de koelkast.

‘Waarom doe je dat Korneel? ‘ vraagt Polleke.

‘Om het koel te houden.‘

‘Is dat niet vreemd Korneel? ‘

‘Nee hoor Polleke. Weet je wat vreemd is? ‘

‘Nee.’

‘Dat de mens na al die jaren nog steeds niet weet of het lampje van een koelkast uitgaat als je de deur sluit.‘

‘Natuurlijk gaat het lampje uit Korneel.‘

‘Heb jij dat ooit gezien Polleke? Heb jij proefondervindelijk bewijs dat het lampje uit gaat? ‘

‘Euh…..nee, niet echt.‘

‘Precies Polleke. We weten het gewoon niet. Ik zie je later. Ik ga witte kadetjes halen. Ik heb knakworsten in de koelkast liggen en die ga ik dadelijk eten bij de lunch.‘ Koorneel laat Polleke lichtjes in verwarring achter. 

Polleke kan het verhaal van Koorneel maar niet van zich afzetten. Hij besluit in de koelkast te kruipen om te achterhalen of het lampje aan of uit is als de deur gesloten is. Uit het rommelhok haalt hij een vierkante meter schuurpapier grove korrel en springt onder de douche. Hij schrobt en schrobt met het schuurpapier totdat er nog maar een procent van zijn massa over is. Hij is nu te klein om de douche uit te zetten, maar kan nog wel net bij het wc papier om zich af te drogen. Via het rooster aan de achterkant van de koelkast klimt hij naar binnen. In de koelkast loopt hij op onyx gekleurde straatstenen langs bomen, lantaarnpalen en huizen. Hoog in de lucht ziet hij een lampje branden. ‘Het lampje gaat dus niet uit,‘ denkt Polleke. Dit moet ik Koorneel vertellen. Plots lijkt het of de lucht breekt, alsof er een deur open gaat. Polleke ziet een grote hand die hem pakt en op een snijplank legt. Een puntig mes snijdt hem van zijn kruin tot zijn grote teen open. Hij wordt in een wit kadetje gestopt en besprenkeld met klodders mosterd. Hij wil iets naar Koorneel roepen, maar het is te laat. Het laatste dat hij ziet is de opengesperde met miggen gevulde mond van Koorneel en dan wordt het donker.

 


Reacties

Populaire posts van deze blog

Sprookje

  ‘Het leven is een sprookje,‘ hoor je vaak. Ik heb nooit aandacht besteed aan deze holle frase………..tot vorige maand. Op 13 mei ben ik begonnen met het schrijven van mijn biografie. Tijdens het schrijven ben ik tot de conclusie gekomen dat ik in mijn leven regelmatig in sprookjesachtige situaties verzeild ben geraakt. Ik maak u dit duidelijk met twee voorbeelden.   Wandelmaatje   Jaren geleden had ik een wandelmaatje. Met een rugzak vol water, eierkoeken en boterhammen zijn we het halve land doorgegaan. We liepen over verstilde stranden, door vochtige polders, bedompte bossen en verlaten industriesteden. Wandelingen door donkere bossen had onze voorkeur. ‘Ik heb een mooie wandeling op het oog,‘ zei hij op een dag. ‘Een wandeling van dertig kilometer in ‘ Het Verstilde Woud’ in de negorij De Achterhoek. Ik heb wat voorstudie gedaan en gezien dat er halverwege een pannenkoekrestaurant is. Het restaurant ziet er lekker uit. Wat dacht je ervan? Aanstaande zaterdag?‘ ‘...

Slijter.

  Ik wil het in dit stukje over het fenomeen slijter hebben. U weet wel, die man of vrouw die in stofjas achter de toonbank flessen advocaat en citroenjenever staat te verkopen. Misschien, maar ik denk het niet, heeft u wel eens van het begrip onomatopee ( klanknabootsing ) gehoord. Een  onomatopee  of  klanknabootsing  is een woord dat fonetisch het geluid dat het beschrijft nabootst of suggereert.   Je kan dit zelfs nog breder zien. Een woord kan daarnaast ook associaties, beelden oproepen. Ik heb dit zelf bijvoorbeeld bij het woord swaffelen. Ik had nog nooit van dat woord gehoord, maar wist meteen wat het behelsde toen ik het woord voor het eerst hoorde. Als we bijvoorbeeld eens kijken, luisteren naar het woord boterbloempje. Al heb je nooit van dit woord gehoord, de klank bootst liefde, zachtheid en vriendelijkheid uit. Als u het uitspreekt dan danst de letter B over uw lippen. Gaat u maar eens voor de spiegel staan en kijk naar u zelf als u het wo...

Bijtende honden blaffen niet.

  Ik zet een punt achter de laatste zin. Ik ben klaar, althans gereed om de boel te gaan redigeren.   Apetrots ben ik op mijn eerste dichtbundel die ik de titel ‘Bijtende honden blaffen niet’ heb gegeven. De gedichten zijn geschreven in kubistisch abstracte stijl en de kenmerken hiervan, gevarieerde tekstvlakken die vanuit meerdere perspectieven worden getoond waardoor de tekst een fragmentarisch abstracte indruk op de lezer achterlaat, heeft zich tot mijn volle tevredenheid in de gedichten geopenbaard. Nu rest mij niets anders dan het geheel van voor tot achter door te lopen en te redigeren daar waar nodig. Uit ervaring weet ik dat het proces van redigeren een geïsoleerde omgeving en totale stilte vereist. De minste vorm van onzinnig gekakel om je heen kan de balans tijdens het creatieve proces volkomen verstoren. Daarom heb ik een afgelegen boshut gehuurd in het hoge noorden. Het is een lange reis, maar alles dient in het teken te staan van mijn eerste bundel. Na een bootr...