Doorgaan naar hoofdcontent

Babylonische spraakverwarring

 


U heeft het ongetwijfeld ook wel eens meegemaakt. Dat je een gesprek met iemand hebt en dat het niet loopt. Niet dat je elkaar niet mag, maar je zit beiden op een totaal andere golflengte. U begrijpt elkaar niet. Ik heb aan de lopende band van dit soort gesprekken en het vervelende is dat het altijd aan mijn gesprekspartner ligt. Is het nu zo moeilijk om een beetje duidelijk te communiceren? Moedeloos word ik ervan. Afgelopen week had ik ook weer zo’n gesprek.

Het was een prachtige zaterdag. De zon scheen niet, er hing nevel in de lucht en de temperatuur bleef bij gestaag vallende motsneeuw op minus drie graden steken. Een perfecte dag voor een verkwikkende middagwandeling. Terwijl ik met een brede glimlach in de vrieskou langs de tochtige rivier liep zag ik diverse mensen met hun hoofden diep in hun kragen gedoken rondscharrelen . Ze keken allesbehalve blij terwijl het toch zo’n mooie dag was.

‘Hallo! Hallo!’ hoorde ik achter me. ‘Ben je het echt?’

Ik draaide me om en keek in de stuiters van iets wat een man moest voorstellen. Het vlassige haar op zijn hoofd leek op een baal uitgedroogd olifantenhaar. Zijn huid had het reliëf van een grindtegel. Onder zijn kin hing een soort van hangzak zodat het leek of hij een krop had. Terwijl hij tegen me praatte had ik goed zicht op de miggen en mollen die aan zijn gebit kleefden. Zijn schouders waren afgezakt en hingen ter hoogte van zijn ribben. En dit was nog maar de bovenste helft. Over de rest zal ik het maar niet hebben.

‘Ben jij het echt?’

‘Over wie heb je het in vredesnaam Yabba? Wees duidelijk.’

‘De lagere school. Klas twee. Herinner je je me niet meer? ‘

‘Zag je er toen ook zo uit als nu? Hoe kan ik me dat in vredesnaam herinneren? Ik was toen twee. Ik ben nu achtenvijftig. ‘

‘Twee? ‘

‘Twee ja. Ik ben hoogbegaafd en ben vanaf de crèche meteen doorgeschoven naar de lagere school. ‘ Hij staarde voor zich uit. Of hij was volkomen lamgeslagen, of hij was, in hoeverre mogelijk, aan het nadenken.

‘Vertel me je naam. Hoe heet je ook alweer? ' vroeg hij

‘Mijn naam is de Eenzame Fietser. ‘

‘De Eenzame Fietser? ‘

‘Ja wat dacht je dan? De Groepsfietser? Fietsen is een solitaire bezigheid. Je hebt maar eén zadel en daar kan maar eén mens op zitten. Aan tandemmem doe ik niet.’

‘Tandemmen?’

‘Ja, tandems.’ Ik hoorde wat knarsen en weet nog steeds niet of het zijn tanden of zijn hersens waren. Om hem de tijd te geven zich te recupereren besloot ik een gezonde snack te nemen en het gesprek even te laten doodvallen.

‘Is dat lekker wat je aan het eten bent? ‘vervolgde hij toch weer onze conversatie.

‘Absoluut. Ik  ben dol op rauwe spruitjes. ‘

‘Rauwe spruitjes? ‘

‘Ja, rauwe spruitjes ‘

‘Maar dat is toch geen spruitje wat je aan het eten bent? ‘

‘Zeker wel. Dit is een spruitje. Oergezond en heel lekker. ‘

 ‘Maar je vergist je. Je bent een waspeen aan het eten.' 

‘Klopt. Was peen, is spruitje.‘ Er zat nu werkelijk niet veel leven meer in hem. De tijd van recupereren was weer gekomen. In de tussentijd haalde ik een pijp uit mijn binnenzak, stopte deze en begon op het mondstuk te sabbelen. Na drie minuten begaf hij zich weer in het land der levenden.

' Moet je 'm niet aansteken?'

' Nee. Ik ben gestopt met roken. '

' Gestopt? Sinds wanneer?'

' Sinds dertig seconden.'

Hij staarde me aan met een holle blik. Ik kan niet echt zeggen dat we een klik hadden. Er was gewoon geen connectie. Krampachtig probeerde hij een draai aan het gesprek te geven. Ik ben nog vergeten te melden dat hij ook een hazenlip had wat in combinatie met de van angst trillende wangen hem zo nu en dan onverstaanbaar maakte.

‘Wat doe je voor de kos? ‘vroeg ie.

‘Wat ik op Kos doe? Niks, helemaal niks! Ik ben daar nog nooit geweest. Wat moet ik op zo’n aangeharkt, zondoorstoofd stuk land waar je struikelt over de bezopen Britten, zand scheppende Duitsers, luidruchtige Nederlanders en zijige Zuiderlingen? Kijk me aan! Ondanks het feit dat we elkaar zesenvijftig jaar niet hebben gezien moet dat toch duidelijk zijn? Als je naar mij kijkt dan zie je iemand die voor een blokhut zit onder van de regen druipende lariksen naast een diep zwart meer met in zijn linkerhand een geestverruimende roman en in zijn rechterhand een kroes schuimend, donker bier.’

Het gesprek viel weer stil. Gelukkig had ik een flinke thermoskan glühwein meegenomen. Uiteraard zelf gemaakt met klassieke ingrediënten als kruidnagels, citroen, kaneelstokjes, sinaasappel, steranijs, suiker en rode wijn, waarbij ik vooral bij het ingrediënt rode wijn flink was uitgeschoten.

‘Wil je wat scheuten glühwein?’

‘Aaahaaaahhhhaaaaa,’ reageerde hij onduidelijk, maar zo te horen zeer enthousiast.’ Ik zette een trechter aan zijn mond en liet hem een paar flinke golven slikken.

‘ Nee! Nee! Ik kan er niet meer tegen. Ik zit al een jaar bij de AA!!!’ krijste hij uit.

Ik had geen idee wat ie bedoelde, maar ik had wel het idee dat we voor het eerst op dezelfde golflengte zaten. De glühwein miste zijn uitwerking niet en hij begon vervaarlijk langs de kade te breakdancen. Je kan wel zeggen dat de glühwein het ijs tussen ons heeft doen breken. Niet alleen het ijs, maar ook een voet. Tijdens de moonwalk bleef een voet tussen de kasseien hangen en maakte deze een draai van negentig graden. Het gegil was niet van de lucht. 

Wat wel van de lucht was waren de vlokken sneeuw die vielen. De minuscule motvlokjes waren ingeruild voor dikke, wattige vlokken. In no time leek mijn voormalige klasgenoot wel een sneeuwpop. Met zijn benen over de rand van de kade zat hij glazig voor zich uit te kijken. Het was tijd om afscheid te nemen. Hij gaf geen antwoord op mijn vragen, wat ik een vrij onbeleefde instelling vond. In mijn zak vond ik nog een spruitje en plantte deze op de plek waar zijn neus moest zitten.

‘Hier heb je dan je waspeen,’ lachte ik terwijl ik hem op zijn schouder sloeg. Ik draaide me om en liep weg.  Ik hoorde ‘plons’ en zag een waspeen in het water drijven.

Het werd tijd voor nieuwe avonturen, maar ik dook voor de zekerheid met mijn hoofd in mijn kraag. Ik moest er toch niet aan denken weer door zo’n dwaas herkend te worden.


Foto : Raymond Swaep







Reacties

  1. Ik zeg maar zo: een dag geen voormalige klasgenoot gezien, is een dag niet geleefd.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Sprookje

  ‘Het leven is een sprookje,‘ hoor je vaak. Ik heb nooit aandacht besteed aan deze holle frase………..tot vorige maand. Op 13 mei ben ik begonnen met het schrijven van mijn biografie. Tijdens het schrijven ben ik tot de conclusie gekomen dat ik in mijn leven regelmatig in sprookjesachtige situaties verzeild ben geraakt. Ik maak u dit duidelijk met twee voorbeelden.   Wandelmaatje   Jaren geleden had ik een wandelmaatje. Met een rugzak vol water, eierkoeken en boterhammen zijn we het halve land doorgegaan. We liepen over verstilde stranden, door vochtige polders, bedompte bossen en verlaten industriesteden. Wandelingen door donkere bossen had onze voorkeur. ‘Ik heb een mooie wandeling op het oog,‘ zei hij op een dag. ‘Een wandeling van dertig kilometer in ‘ Het Verstilde Woud’ in de negorij De Achterhoek. Ik heb wat voorstudie gedaan en gezien dat er halverwege een pannenkoekrestaurant is. Het restaurant ziet er lekker uit. Wat dacht je ervan? Aanstaande zaterdag?‘ ‘...

Slijter.

  Ik wil het in dit stukje over het fenomeen slijter hebben. U weet wel, die man of vrouw die in stofjas achter de toonbank flessen advocaat en citroenjenever staat te verkopen. Misschien, maar ik denk het niet, heeft u wel eens van het begrip onomatopee ( klanknabootsing ) gehoord. Een  onomatopee  of  klanknabootsing  is een woord dat fonetisch het geluid dat het beschrijft nabootst of suggereert.   Je kan dit zelfs nog breder zien. Een woord kan daarnaast ook associaties, beelden oproepen. Ik heb dit zelf bijvoorbeeld bij het woord swaffelen. Ik had nog nooit van dat woord gehoord, maar wist meteen wat het behelsde toen ik het woord voor het eerst hoorde. Als we bijvoorbeeld eens kijken, luisteren naar het woord boterbloempje. Al heb je nooit van dit woord gehoord, de klank bootst liefde, zachtheid en vriendelijkheid uit. Als u het uitspreekt dan danst de letter B over uw lippen. Gaat u maar eens voor de spiegel staan en kijk naar u zelf als u het wo...

Bijtende honden blaffen niet.

  Ik zet een punt achter de laatste zin. Ik ben klaar, althans gereed om de boel te gaan redigeren.   Apetrots ben ik op mijn eerste dichtbundel die ik de titel ‘Bijtende honden blaffen niet’ heb gegeven. De gedichten zijn geschreven in kubistisch abstracte stijl en de kenmerken hiervan, gevarieerde tekstvlakken die vanuit meerdere perspectieven worden getoond waardoor de tekst een fragmentarisch abstracte indruk op de lezer achterlaat, heeft zich tot mijn volle tevredenheid in de gedichten geopenbaard. Nu rest mij niets anders dan het geheel van voor tot achter door te lopen en te redigeren daar waar nodig. Uit ervaring weet ik dat het proces van redigeren een geïsoleerde omgeving en totale stilte vereist. De minste vorm van onzinnig gekakel om je heen kan de balans tijdens het creatieve proces volkomen verstoren. Daarom heb ik een afgelegen boshut gehuurd in het hoge noorden. Het is een lange reis, maar alles dient in het teken te staan van mijn eerste bundel. Na een bootr...