Doorgaan naar hoofdcontent

Hoe sneller een klok beweegt, hoe langzamer ie loopt.(3).

 


Zondagochtend, 6.15 uur. Ik schuif de gordijnen opzij en kijk naar buiten. De natte straten zijn gevuld met stilte en leegte. Deze dag vraagt om een ritje Hoek van Holland.

Terwijl het water links en rechts van de gevels klotst en een enkeling aan de overkant van de straat scharrelt, loop ik door verlaten straten richting metrostation Blijdorp. Hier duik ik met behulp van een elektrische trap zesentwintig meter de grond in. Op het perron ben ik, zoals verwacht, de enige reiziger. Langzaam hoor ik zijn voetstappen naderen en even later staat hij voor me. Zijn grijze baard en haren zijn inmiddels weer gegroeid. Hij ziet er weer uit als vanouds.

‘Eenzame Fietser. Goedemorgen.’

‘Goedemorgen.’

‘Op de een of andere manier had ik je vandaag hier wel verwacht.’ zegt hij.

‘Het is er een prima tijd voor beste man. Ik heb de ganse dag de tijd.’

‘Wederom speel je met de tijd terwijl je er totaal geen weet van hebt Eenzame Fietser?' 

'Weet van hebt?'

'Hoe sneller een klok beweegt, hoe langzamer die loopt.’

‘Pardon? Wat zegt u?’

‘Hoe sneller een klok beweegt, hoe langzamer die loopt.’

Hij draait zich om en kijkt richting de tunnelbuis.

‘Daar is de metro Eenzame Fietser. We gaan op reis.’

Het is voor mij inmiddels niet nieuw meer. De lege metro, de onwerkelijke acceleratie tot lichtsnelheid en de buitenruimte die vervaagt.

‘Waar gaan we heen beste man? Naar de Singulariteit? Naar het gebied van de Informatieparadox?’

‘Nee Eenzame Fietser. We blijven dit keer in de Ruimtetijd.’

Hij haalt een klok tevoorschijn en legt deze op zijn schoot.

‘Hoe sneller een klok beweegt, hoe langzamer die loopt.’

Zou het een dwangneurose zijn?

‘Geef me de tijd Eenzame Fietser.’

Ik zie dat de klok 7.15 uur aangeeft.

‘7.15 beste man.’

‘Goed zo. Kun je wat specifieker zijn? Welke tijden staan er nog meer op?’

’27 november 2025.’

‘Heel goed. We gaan nu een uurtje rondreizen, tot 8.15 uur. ‘

‘Waar gaan we heen? ‘

‘Nergens. Rond.’

Een uur lang staart hij voor zich uit, zegt geen woord. Na een uur legt hij de klok weer op zijn schoot.

‘Kijk Eenzame Fietser. Het is nu 27 november 2025, exact 8.15 uur. Ga maar naar huis en proef van de tijddilatatie.’

‘De tijddilatatie?’ Ik kijk om me heen, hij is weg. Het wordt tijd om op huis aan te gaan.

 Nu loop ik hier in die eens door mensen bevolkte mooie stad. De gebouwen hebben de Grote Ramp en de tand des tijds niet doorstaan. De mensheid lijkt uitgestorven en verdoofd loop ik rond. Ik merk dat ik de klok in mijn handen heb. Ik draai deze om en zie staan: zie 27 november 3025. Ik ben reddeloos verloren en toch, toch tegen beter weten in roep ik : WIE HAALT MIJ IN VREDESNAAM TERUG???

 

Foto : Raymond Swaep


Reacties

Populaire posts van deze blog

Persoonlijkheidstest.

  Ik heb jaren geleden, net als heel veel mensen, wel eens een persoonlijkheidstest gedaan. Ik werd er min of meer toe gedwongen door de organisatie waar ik toen voor werkte. Dat ik in die periode enkele chefs op de bek had geramd zal daar ongetwijfeld mede debet aan zijn geweest. Daar stond ik dan op een dinsdagochtend. Het bedrijventerrein waar de organisatie zat die de testen afnam was van een onbeschrijfelijke treurnis. Lelijke wederopbouw architectuur gecombineerd met wanstaltige jaren tachtig meuk. Eenmaal binnen in het fantasieloze kantoor kreeg ik een smakeloze instantkoffie geserveerd en werd me verteld dat ik ongeveer een kwartier moest wachten. Na een kwartier betrad ik het kantoor van de functionaris die mij de test zou gaan afnemen. Tja, wat zal ik zeggen. Als hij me had verteld dat hij de broer van Gargamel was dan had ik het stante pede geloofd. Rond zijn kale, glimmende schedel had hij een zwarte band haar. Zijn streepjesoverhemd was net iets te wijd en zijn pantalo...

Sprookje

  ‘Het leven is een sprookje,‘ hoor je vaak. Ik heb nooit aandacht besteed aan deze holle frase………..tot vorige maand. Op 13 mei ben ik begonnen met het schrijven van mijn biografie. Tijdens het schrijven ben ik tot de conclusie gekomen dat ik in mijn leven regelmatig in sprookjesachtige situaties verzeild ben geraakt. Ik maak u dit duidelijk met twee voorbeelden.   Wandelmaatje   Jaren geleden had ik een wandelmaatje. Met een rugzak vol water, eierkoeken en boterhammen zijn we het halve land doorgegaan. We liepen over verstilde stranden, door vochtige polders, bedompte bossen en verlaten industriesteden. Wandelingen door donkere bossen had onze voorkeur. ‘Ik heb een mooie wandeling op het oog,‘ zei hij op een dag. ‘Een wandeling van dertig kilometer in ‘ Het Verstilde Woud’ in de negorij De Achterhoek. Ik heb wat voorstudie gedaan en gezien dat er halverwege een pannenkoekrestaurant is. Het restaurant ziet er lekker uit. Wat dacht je ervan? Aanstaande zaterdag?‘ ‘...

Zintuiglijk

  Ik stond laatst voor een kolossaal stenen gebouw. De machtige voorgevel helde naar voren en leek een constant gevecht met de zwaartekracht te voeren. Niks dan grijs zag ik om me heen. Grijs van de kolendampen uitgestoten door fabrieken in deze afgelegen arbeiderswijk. Het gebouw werd bewoond door vreemde sujetten waar geen fatsoenlijk gesprek mee te voeren viel. Op zich was dat niet vreemd, ik bevond me namelijk in een gekkenhuis. De gangen, kamers, zolders, kelders, werkelijk iedere ruimte was vergeven van gekken, dwazen en krankzinnigen. Ik ging op speurtocht en belandde in een bibliotheek waar ik een boek uit de schappen trok en begon te lezen. De fabuleuze proza die mijn ogen streelde bedwelmde mijn geest. Zelden heb ik zulk mooi zintuiglijk geschreven teksten onder mijn ogen gehad. Het moet geschreven zijn door een dwaas, een geniale dwaas wel te verstaan. Er is geen touw aan vast te knopen, maar zijn begrijpen en helderheid geen overbodige begrippen bij zoveel genialiteit?...