Ik drink twee mokken dampende Dark Roast Coffee, maak een lunchpakketje van vier boterhammen met pindakaas, trek mijn winterjas en snowboots aan en kuier richting de eindeloze wouden welke gelegen zijn aan de rand van de nederzetting waar ik vegeteer en contempleer. Het is alsof ik door een verijsd Paradijs loop. De takken van de kolossale bomen zijn bedekt met fijne poedersneeuw wat een feeëriek tafereel oplevert. Eekhoorntjes scharrelen door de sneeuw naarstig op zoek naar achtergebleven eikels. Marters trekken hazen uit hun holen en bijten hen de strot door. De schalkjes. De sneeuw knerpt onder mijn boots terwijl wilde zwijnen al knorrend en snuivend langs me heen rennen. Ik zie edelherten met machtige geweien stoïcijns tussen de bomen staan. Deze Koninklijke zoogdieren waken over hun Koninkrijk, een roedel wolven die hen verscheurt buiten beschouwing gelaten. Ik duik een smal pad in en halverwege stuit ik op een iglo. De iglo ziet er professioneel uit, een gemiddelde Inuit zou er zijn neus niet voor ophalen.
‘Hallo, ‘ roep ik.
‘Anybody home? ‘
Er komen twee
magere handen met zwartgelakte nagels tevoorschijn. Daarachter verschijnt een
hoofd met lang grijs haar en een lange baard. Die hebben we ergens eerder
gezien.
‘Beste man. ‘
‘Hoi Eenzame
Fietser. Daar ben ik weer. Wat een prachtige winterdag is het.‘
‘Zeker Beste Man.
We zitten hier op een scheidslijn. Vochtige oceaanlucht is gestuit op ijskoude,
droge polaire lucht wat heeft geresulteerd in sneeuwval bij een temperatuur van
enkele graden onder nul. De sneeuw is fijn, droog en hecht goed zodat er links
en rechts schitterende tafereeltjes ontstaan. ‘
‘Precies Eenzame
Fietser. Heb ij wel eens gehoord van ‘De Theorie Van Iedere Keer Weer Gelijke
Kans’?
‘De theorie van
wat? ‘
‘Van Iedere Keer
Weer Gelijke Kans. ‘
‘Dat zegt me niks.’
‘Kom je wel eens in
een casino Eenzame Fietser? ‘
‘Nooit. Hedonisme
is me vreemd. ‘
‘Ok. Maar je bent
denk ik wel bekend met die draaischijf, dat balletje en de kleuren zwart en rood?’
‘Ja dat ken ik wel.
Het balletje kan dan naar een zwart vakje of naar een rood vakje rollen.‘
‘Precies Fietser.
Stel je nu eens voor dat het balletje twintig keer achter elkaar in het rode
vakje is gerold. Er zijn heel veel mensen die dan zeggen dat de kans dat het
balletje de 21e keer in het rode vakje rolt vijftig procent is. ‘Ook
de 21e keer is er vijftig procent kans dat het balletje in het rode
vakje rolt en vijftig procent kans dat deze in het zwarte vakje rolt. Iedere keer begin je als ware weer
opnieuw, ‘ zeggen ze. Ze noemen dat ‘De Theorie Van Iedere Keer Weer Gelijke
Kans. ‘
‘Maar daar is toch
niks tegen in te brengen Beste Man? Dat klopt toch als een bus? ‘
‘Daar is van alles tegen in te brengen jongetje. Die theorie rammelt aan alle kanten. Ik zal het je uitleggen.‘ Hij gaat op het dak van de iglo zitten en zakt er wonderbaarlijk niet doorheen.
‘Er komt een moment
Eenzame Fietser dat het balletje, nadat het twintig keer in het rode vakje is
gerold, in het zwarte vakje rolt. Wanneer dat gaat gebeuren, dat weet niemand,
maar dat het gaat gebeuren staat als een paal boven water. Nadat het balletje
voor de twintigste keer in het rode vakje is beland is er een zekere afstand
tot wanneer het balletje in het zwarte vakje zal gaan rollen. Die afstand kan
groot zijn, klein, of heel klein. Niemand weet dat. Wat we wel weten is dat het
punt, het moment dat het balletje in het zwarte vakje gaat belanden, steeds
dichterbij komt. Iedere keer weer. Bij iedere volgende worp wordt de kans dat
het balletje in het zwarte vakje belandt een stukje groter. ‘De Theorie Van Iedere Keer Weer Gelijke Kans’
klopt dus voor geen meter. Kom Beste, euh, ik bedoel Eenzame Fietser. Ik zal
het je in de praktijk laten zien.’
‘Komt het je hier bekend voor Fietser? ‘
‘Zeker. Ik heb over deze plek gedroomd. Volgens mij kwam jij
ook in die droom voor. Ik ging in de metro zitten en op de een of andere manier
reed deze naar een absurde plek. Jij had het over de Zwbinglualiteit. ‘
‘De Singulariteit zul je bedoelen. Daar waar natuurwetten
falen en er geen tijd en ruimte is. ‘
‘Ja,ja.ja.’ Ik zit hier mijn tijd te verdoen maar ik laat
deze ouwe gek maar in de waan.
Wat jij nu gaat doen Eenzame Fietser is de metro richting Centraal Station nemen. Het eindstation is Centraal Station of de
Singulariteit. Hier heb je een dagkaart zodat het je geen geld kost.’
‘Goed zo,’ zegt hij. ‘Doe het nog maar een keer.’
Ik herhaal het riedeltje nogmaals en telkens als ik terugkom sommeert hij me om het nog een keer te doen. Als ik voor de twintigste keer aankom op station Blijdorp is hij in gezelschap van een man met een slappe knot.
‘Let op Eenzame Fietser. Ik ga deze man iets vragen.’
Hij draait zich om naar de man en begint tegen hem te praten.
‘De Eenzame Fietser is twintig keer in deze metro gestapt. Iedere keer is het
de vraag of de metro naar het Centraal Station gaat of naar de Singulariteit.
Bij de eerste rit was er vijftig procent kans dat hij naar het Centraal Station
zou gaan en vijftig procent kans dat hij naar de Singulariteit zou gaan. Nu
stapt hij dadelijk voor de eenentwintigste keer in de metro. Hoe is de
verhouding nu? ‘
‘Vijftig om vijftig! ‘ krijst de knot.
‘Harstikke fout! ‘briest de Beste Man. ‘Ga het maar
ontdekken. ‘
Ik loop naar de metro en de man met de wiebelende, slappe
knot volgt me en gaat naast me zitten. De metro vertrekt, accelereert zoals ik
nog nooit heb meegemaakt terwijl buiten de ruimte vervormt.
Nu zit ik hier verstoken van tijd en ruimte in het gezelschap van een man met een slappe knot.
BEN IK ER TOCH WEER INGETUIND!!!

In een dichte bak zitten 99 rode en 1 blauwe bal. Bovenin zit een gat. Je steekt je hand erdoor. Hoe groot is de kans dat je de blauwe bal pakt?
BeantwoordenVerwijderenIk geef het op.
Verwijderen50 procent
BeantwoordenVerwijderenIk wist het haha. Dus als ik het goed begrijp heb je na honderd keer graaien vijftig keer de rode en vijftig keer de blauwe bal in je hand?
Verwijderen