Doorgaan naar hoofdcontent

De Informatieparadox(2)

 


Ik loop door een door de zon beschenen en fel verlicht bos. Het is hoogzomer en de bomen tonen hun bladeren in volle pracht. De lucht is helder en warm. In de verte zie ik een man aan komen lopen. Hij is rijzig, kaal en heeft een glad gezicht.

‘Goedemorgen Eenzame Fietser,‘ groet hij me.

‘Insgelijk. Ken ik u?’

‘Zeker. We hebben elkaar vaker ontmoet.’ Ik staar in zijn ogen en hij komt me inderdaad bekend voor.

‘Waar hebben we elkaar ontmoet?’

‘In bossen als deze en op eindeloze boomloze vlaktes. Kijk maar eens goed naar mijn kale hoofd en mijn gladde kaak. Vanmorgen had ik het nog, een grijze baard en lang grijs haar. Ik ben vanmorgen naar de kapper geweest.’

‘Warempel. U heeft gelijk. Nu zie ik het.’

Vorige keer ben je met me mee gegaan naar Halte Singulariteit. Heb je zin om nog een stukje verder te gaan?’

‘Nog verder? Maar we waren toch al bij het eindpunt? ‘

‘Daar heb je geliik in Eenzame Fietser. De Singulariteit was inderdaad ons eindpunt, maar metafysisch gezien hebben we nog een stap te zetten.‘

Wederom heb ik geen idee wat hij bedoelt, maar mijn nieuwsgierigheid is ontembaar. Even later zitten we in de metro en zoeven naar halte Singulariteit.

‘We zijn er.’ hoor ik ergens galmen.

Ik kijk om me heen en zie wederom niks. Ik ben daar waar geen tijd en ruimte is.

‘Het wordt tijd voor de volgende stap Eenzame Fietser.  Heb je wel eens gehoord van de Informatieparadox? ‘

‘Niet echt.‘

‘Het stelt niet zoveel voor Eenzame Fietser. Bij veel natuurkundigen is de verwachting dat een Zwart Gat alle informatie die erin valt vernietigt, maar volgens de quantummechanica kan informatie nooit verloren gaan. Dit noemen ze de Informatieparadox. Ik ga je laten zien dat er helemaal geen paradox is en dat Zwarte Gaten gewoon hun werk doen.

 ‘Hoe gaat U dat dan doen? ‘

Geen antwoord, het blijft stil. Alles om me heen begint te draaien en ik begin aan een reis door het ultieme niemandsland. Ik open mijn ogen en sta voor mijn huisdeur. Ik wil mijn huissleutels pakken, maar ik heb deze niet meer. Mijn portemonnee met al mijn gegevens is ook weg. Ik bel aan en de deur wordt open gedaan.

‘Hallo. Ik ben thuis, ‘ zeg ik.

‘Wie ben je? Ga weg! , hoor ik als ik naar binnen loop.

Er wordt getelefoneerd en binnen twee minuten staat de politie voor de deur. Ik zet het op een rennen en bel aan bij Grote Geeuw.

‘Met de Eenzame Fietser, ‘ zeg ik.

‘Nooit van gehoord, ‘en de deur blijft dicht.

Hetzelfde bij Rellen Ron en Ome Harry. Ook hier blijft de deur dicht met de mededeling dat ik niet bekend ben. Ik pik een fiets en rij richting Sufstad. Ik bel aan bij Ome Beertje en als ik naar binnen loop schopt hij me naar buiten. Ook hij kent me niet. De volgende uren gaan als een waas voorbij. Ik eindig in een donker nevelig bos. Plots zie ik hem verschijnen, lang met grijs haar en een volle grijze baard.

De grote vraag die in me opborrelt is : ZAL HIJ ME GAAN HERKENNEN?

 

Foto : www.newscientist.nl


Reacties

Populaire posts van deze blog

Persoonlijkheidstest.

  Ik heb jaren geleden, net als heel veel mensen, wel eens een persoonlijkheidstest gedaan. Ik werd er min of meer toe gedwongen door de organisatie waar ik toen voor werkte. Dat ik in die periode enkele chefs op de bek had geramd zal daar ongetwijfeld mede debet aan zijn geweest. Daar stond ik dan op een dinsdagochtend. Het bedrijventerrein waar de organisatie zat die de testen afnam was van een onbeschrijfelijke treurnis. Lelijke wederopbouw architectuur gecombineerd met wanstaltige jaren tachtig meuk. Eenmaal binnen in het fantasieloze kantoor kreeg ik een smakeloze instantkoffie geserveerd en werd me verteld dat ik ongeveer een kwartier moest wachten. Na een kwartier betrad ik het kantoor van de functionaris die mij de test zou gaan afnemen. Tja, wat zal ik zeggen. Als hij me had verteld dat hij de broer van Gargamel was dan had ik het stante pede geloofd. Rond zijn kale, glimmende schedel had hij een zwarte band haar. Zijn streepjesoverhemd was net iets te wijd en zijn pantalo...

Sprookje

  ‘Het leven is een sprookje,‘ hoor je vaak. Ik heb nooit aandacht besteed aan deze holle frase………..tot vorige maand. Op 13 mei ben ik begonnen met het schrijven van mijn biografie. Tijdens het schrijven ben ik tot de conclusie gekomen dat ik in mijn leven regelmatig in sprookjesachtige situaties verzeild ben geraakt. Ik maak u dit duidelijk met twee voorbeelden.   Wandelmaatje   Jaren geleden had ik een wandelmaatje. Met een rugzak vol water, eierkoeken en boterhammen zijn we het halve land doorgegaan. We liepen over verstilde stranden, door vochtige polders, bedompte bossen en verlaten industriesteden. Wandelingen door donkere bossen had onze voorkeur. ‘Ik heb een mooie wandeling op het oog,‘ zei hij op een dag. ‘Een wandeling van dertig kilometer in ‘ Het Verstilde Woud’ in de negorij De Achterhoek. Ik heb wat voorstudie gedaan en gezien dat er halverwege een pannenkoekrestaurant is. Het restaurant ziet er lekker uit. Wat dacht je ervan? Aanstaande zaterdag?‘ ‘...

Zintuiglijk

  Ik stond laatst voor een kolossaal stenen gebouw. De machtige voorgevel helde naar voren en leek een constant gevecht met de zwaartekracht te voeren. Niks dan grijs zag ik om me heen. Grijs van de kolendampen uitgestoten door fabrieken in deze afgelegen arbeiderswijk. Het gebouw werd bewoond door vreemde sujetten waar geen fatsoenlijk gesprek mee te voeren viel. Op zich was dat niet vreemd, ik bevond me namelijk in een gekkenhuis. De gangen, kamers, zolders, kelders, werkelijk iedere ruimte was vergeven van gekken, dwazen en krankzinnigen. Ik ging op speurtocht en belandde in een bibliotheek waar ik een boek uit de schappen trok en begon te lezen. De fabuleuze proza die mijn ogen streelde bedwelmde mijn geest. Zelden heb ik zulk mooi zintuiglijk geschreven teksten onder mijn ogen gehad. Het moet geschreven zijn door een dwaas, een geniale dwaas wel te verstaan. Er is geen touw aan vast te knopen, maar zijn begrijpen en helderheid geen overbodige begrippen bij zoveel genialiteit?...