Ik heb jaren geleden, net als heel veel mensen, wel eens
een persoonlijkheidstest gedaan. Ik werd er min of meer toe gedwongen door de
organisatie waar ik toen voor werkte. Dat ik in die periode enkele chefs op de
bek had geramd zal daar ongetwijfeld mede debet aan zijn geweest.
Daar stond ik dan op een dinsdagochtend. Het bedrijventerrein waar de organisatie zat die de testen afnam was van een onbeschrijfelijke treurnis. Lelijke wederopbouw architectuur gecombineerd met wanstaltige jaren tachtig meuk. Eenmaal binnen in het fantasieloze kantoor kreeg ik een smakeloze instantkoffie geserveerd en werd me verteld dat ik ongeveer een kwartier moest wachten. Na een kwartier betrad ik het kantoor van de functionaris die mij de test zou gaan afnemen. Tja, wat zal ik zeggen. Als hij me had verteld dat hij de broer van Gargamel was dan had ik het stante pede geloofd. Rond zijn kale, glimmende schedel had hij een zwarte band haar. Zijn streepjesoverhemd was net iets te wijd en zijn pantalon slobberde om zijn varkenspoten. Hij bezigde oneliners die ik al triljoen keer had gehoord. ‘Oooh Boeddha, dit gaat wat worden,‘ hoorde ik mezelf zeggen. Op zijn vraag wat ik zei heb ik niet gereageerd.
‘De test is eenvoudig,’ zei hij. ‘Ik geef steeds twee stellingen, voorwerpen, items, je kunt het zo gek niet bedenken, A en B. Het enige je moet doen is zeggen waar je voorkeur ligt. Heb je helemaal geen voorkeur dan steek je je vinger op. Je mag dan zelfstandig voorkeur C invullen. Ís dat duidelijk? ‘
‘Zo duidelijk als 1+1=1 '.
‘Pardon?’
‘Laat maar.’
‘Aan het eind van de vragenlijst stoppen we de antwoorden in
de computer en deze komt dan met een persoonlijkheidsstructuur. Bent u er klaar
voor? ‘
‘Yep. ‘
A - Vakantie op een zonnig terras met een scropino.
B – Vakantie aan het strand met een malibu.
Ik stak mijn vinger op. ‘Ik kies voor C – In de kleermakerszit in de regen in een donker naaldwoud aan een zwart meer met een kelk donker bier in mijn knuisten. ‘
A – Barcelona waar de zon altijd schijnt.
B – Los Angeles waar de zon altijd schijnt.
B – Een landrover.
B - Een
personeelsfeest in een feestlocatie in Alphen aan den Rijn.
B – Een Chardonnay
Ik stak mijn vinger op. Ik kies voor C – Een Rochefort 10.
B – Een strak overhemdje met strakke pantalon.
Ik stak mijn vinger op. ’Ik kies voor C – Slobberige, zwarte kleding.
Een diepe zucht ontvluchtte zijn uitgedroogde lippen. ‘We zijn er bijna,‘ zei hij.
B – Marco Borsato.
B – De Bijbel.
B – Tweede kans.
‘De laatste, ‘ zei hij.
B – Een aangeharkt wit dorp in het zuiden van Europa.
‘Dat was het dan. Ik zal de resultaten in de computer gooien.‘ Hij liep naar een computer in de hoek en begon de resultaten in te typen. Nadat het apparaat vijf minuten had staan ratelen spuugde het een a4-tje uit. ‘Merkwaardig, zeer merkwaardig,‘ hoorde ik hem mompelen. Ik liep naar hem toe en terwijl ik over zijn schouder heen op het a4-tje keek voelde ik mijn hoektanden in zijn nek glijden.


A. Twee weken met vakantie
BeantwoordenVerwijderenB. Vier weken met vakantie
Ik zag C: thuisblijven
Godfried Bomans over ‘vakantie.’
“Mijn raad is deze: trek, zodra het vakantie is, uw schoenen uit en ga languit in een ruststoel liggen met het uitzicht op uw eigen tuin. Gij zijt nu omgeven door alles wat u nodig hebt. Het ontbreekt u aan niets. Zie de reisbussen, stampvol met moderne martelaren, langs uw huis voorbijrazen. Ge zit er niet in.” (Panorama 20 juni 1970, Werken VII: 496)
Die Bomans was een visionair.
VerwijderenHa ha ‘Is dat duidelijk’ herinnert mij aan ‘Snap je dat?’ Sergeant Veenendaal, Pantserinfanterie Garden Jagers lichting 88/5..
BeantwoordenVerwijderenPrecies Erwin. Die magere, zich het apenzuur rokende minkukel met snor.
Verwijderen