Doorgaan naar hoofdcontent

Matcha..................yeah.

 


Een dag nadat ik als jongetje van dertien naar Katendrecht was gefietst om de Dames Van Plezier te aanschouwen, besloot ik nogmaals te gaan. Ik ging op een muurtje aan het Deliplein, het episch centrum der Rotterdamse prostitutie, zitten en viel in slaap. Ik werd laat wakker, heel heel laat.

 Als kind op ontdekkingstocht door een volwassen wereld | Verhalen uit Rotterdam

 

Ik word wakker van geroezemoes. Hoe lang heb ik hier gezeten? Ik kijk om me heen, het is het Deliplein, maar toch ook weer niet. Wat is er gebeurd?

‘Zo. Ben je eindelijk wakker? ‘ hoor ik naast me. Ik draai me een kwartslag om en kijk in de grauwe ogen van een oude kerel. Zijn geelgrijze haar is vet en naar achteren gekamd. De schouders zijn bedekt met een laag roos en hij heeft bakkebaarden van een Onedin Line-achtige proportie. In zijn borstzak zit een pakje van Nelle Zware Shag en in zijn knuisten heeft hij een pijpje bier.

‘Waar ben ik? ‘ vraag ik.

‘Je bent op Katendrecht, om precies te zijn het Deliplein. Ik woon aan de overkant en heb je al die jaren in de gaten gehouden.’

‘Al die jaren? Hoe bedoelt u?’

‘Op 6 oktober 1978 ging jij hier op het muurtje zitten om stiekem naar de hoertjes te gluren. Viespeuk die je bent. Je bent in slaap gevallen en hebt jarenlang geslapen.’

‘Jarenlang? Wanneer leven we nu dan?’

‘Vandaag is het 4 oktober 2026.’

‘Dat is onmogelijk.’

‘Zeker niet. Kijk maar om je heen.’

Ik kijk om me heen en hij heeft gelijk. Het Deliplein ziet er schitterend uit. De panden zijn opgeknapt en overal zijn restaurantjes en koffiebarretjes. In verte zie ik hoge woontorens. ‘Waar zijn ze gebleven?’ vraag ik. ‘De Dames Van Plezier, de schippers, de zeemannen, de Chinezen?’

‘Ze zijn allemaal weg.’

Ik krab me onder mijn kin en voel een baard zitten. Ik loop naar een auto en kijk in de ruiten. Mijn haar is lang en grijs en ik heb een lange, grijze baard.

‘Ook jij bent ouder geworden,’ zegt de man. ‘Net als ik. Ik ben de laatste der Mohikanen. Tis mun Katendrecht niet meer.’ Ik sta op en zie dat de terrassen vol zitten. De meeste mensen hebben een glas voor zich waarin een of ander gifgroen goedje zit.

‘Wat zitten al die mensen te drinken? Het lijkt wel een drankje uit Star Trek.’

‘Dat is matcha.’ zegt hij lachend.

‘Matcha?’

‘Groene thee uit Japan. Het schijnt gezond te zijn. Het is een hype op tiktok en instagram.’

‘Ik snap niet wat u bedoelt.’

‘Dat begrijp ik. Laat maar.’

‘Wie drinkt dit spul mijnheer?’

‘Kijk. Ik wil niet meteen meehuilen met de wolven in het bos, maar het zijn vooral Gen Z-ers die het drinken. ‘

‘Wat zijn dat? Die Genzetters?’

‘Dat zijn lemmingen. Mentaal breekbare mensen, kleine lieden die als lemmingen achter iedere hype aanlopen. Bang om buiten de groep komen te staan. Ze vergeten alleen dat lemmingen zich aan het einde van de rit in een ravijn storten.’

‘Ik ga de stad in,’ zeg ik. Kijken wat er allemaal veranderd is.’

‘Hier,’ zegt de man. ‘Neem deze verrekijker mee. Dan kun je alles goed aanschouwen.’

Ik maak een rondje door de totaal veranderde stad en overal zie ik op terrassen mensen matcha drinken. In etalages, op lichtkranten, op borden, overal staat geschreven dat je ergens matcha kan drinken. Vaak in combinatie met yoga, designtassen en meer van dat soort hippe dingen in community-achtige settings. Met de verrekijker heb ik goed zicht op de idioterie om me heen.

‘Mijnheer. U staat voor mijn neus,’ hoor ik achter me.

Ik draai me om en zie een verbeten vrouw op een terras zitten met voor zich, niet verrassend, een glas matcha.

‘Waarom drinkt u dat?’ vraag ik.

‘Ik drink dit omdat het gezond is en bij mijn levensstijl past. Matcha is poeder van fijngemalen theebladeren van de groene theeplant Camellia Sinensis. Het is rijk aan antioxidanten, bevat veel catechines zoals EGCG. Dankzij de combinatie van cafeïne en het aminozuur L-theanine krijg je meer focus. Daarnaast ondersteunt het de stofwisseling. Het is veel gezonder dan koffie. Latte Macchiato is zóóóóhóóóó passé.’

‘Maar mevrouw. Als het zo gezond is, waarom ziet u er dan uit als een afgestoft lijk? Uw ogen lijken gebroken spiegels, er zit geen leven in. Uw haar is dof en droog, uw huid is lijkgrijs. U bent zo mager als een junk. U zou wat gezonder moeten leven. Ik zou u nog niet uithuwelijken aan mijn leproze bouvier.’

Ik moet hier weg. Ik word gek. De enige plek waar ik nog kan gedijen is een nevelig, donker, zompig bos.

Nu loop ik hier in het donkere, zompige, nevelige Kralingse Bos. Het lijkt de enige plek die niet veranderd is. Ik sla linksaf de Wolvenvallei in en zie in de verte iemand aan komen lopen. Ik pak de verrekijker en zoom in. Het is een man. Hij loopt met zelfverzekerde tred en heeft een belezen blik in zijn ogen. Dit is een man van de wereld, overduidelijk. Ik roep naar hem en vraag naar zijn naam. Hij roept iets terug, maar ik kan hem niet helemaal goed verstaan.

‘Hoe zei u dat u heet? De Eenzame Bietser?’

  

Foto : Raymond Swaep

 


Reacties

Populaire posts van deze blog

Persoonlijkheidstest.

  Ik heb jaren geleden, net als heel veel mensen, wel eens een persoonlijkheidstest gedaan. Ik werd er min of meer toe gedwongen door de organisatie waar ik toen voor werkte. Dat ik in die periode enkele chefs op de bek had geramd zal daar ongetwijfeld mede debet aan zijn geweest. Daar stond ik dan op een dinsdagochtend. Het bedrijventerrein waar de organisatie zat die de testen afnam was van een onbeschrijfelijke treurnis. Lelijke wederopbouw architectuur gecombineerd met wanstaltige jaren tachtig meuk. Eenmaal binnen in het fantasieloze kantoor kreeg ik een smakeloze instantkoffie geserveerd en werd me verteld dat ik ongeveer een kwartier moest wachten. Na een kwartier betrad ik het kantoor van de functionaris die mij de test zou gaan afnemen. Tja, wat zal ik zeggen. Als hij me had verteld dat hij de broer van Gargamel was dan had ik het stante pede geloofd. Rond zijn kale, glimmende schedel had hij een zwarte band haar. Zijn streepjesoverhemd was net iets te wijd en zijn pantalo...

Sprookje

  ‘Het leven is een sprookje,‘ hoor je vaak. Ik heb nooit aandacht besteed aan deze holle frase………..tot vorige maand. Op 13 mei ben ik begonnen met het schrijven van mijn biografie. Tijdens het schrijven ben ik tot de conclusie gekomen dat ik in mijn leven regelmatig in sprookjesachtige situaties verzeild ben geraakt. Ik maak u dit duidelijk met twee voorbeelden.   Wandelmaatje   Jaren geleden had ik een wandelmaatje. Met een rugzak vol water, eierkoeken en boterhammen zijn we het halve land doorgegaan. We liepen over verstilde stranden, door vochtige polders, bedompte bossen en verlaten industriesteden. Wandelingen door donkere bossen had onze voorkeur. ‘Ik heb een mooie wandeling op het oog,‘ zei hij op een dag. ‘Een wandeling van dertig kilometer in ‘ Het Verstilde Woud’ in de negorij De Achterhoek. Ik heb wat voorstudie gedaan en gezien dat er halverwege een pannenkoekrestaurant is. Het restaurant ziet er lekker uit. Wat dacht je ervan? Aanstaande zaterdag?‘ ‘...

Zintuiglijk

  Ik stond laatst voor een kolossaal stenen gebouw. De machtige voorgevel helde naar voren en leek een constant gevecht met de zwaartekracht te voeren. Niks dan grijs zag ik om me heen. Grijs van de kolendampen uitgestoten door fabrieken in deze afgelegen arbeiderswijk. Het gebouw werd bewoond door vreemde sujetten waar geen fatsoenlijk gesprek mee te voeren viel. Op zich was dat niet vreemd, ik bevond me namelijk in een gekkenhuis. De gangen, kamers, zolders, kelders, werkelijk iedere ruimte was vergeven van gekken, dwazen en krankzinnigen. Ik ging op speurtocht en belandde in een bibliotheek waar ik een boek uit de schappen trok en begon te lezen. De fabuleuze proza die mijn ogen streelde bedwelmde mijn geest. Zelden heb ik zulk mooi zintuiglijk geschreven teksten onder mijn ogen gehad. Het moet geschreven zijn door een dwaas, een geniale dwaas wel te verstaan. Er is geen touw aan vast te knopen, maar zijn begrijpen en helderheid geen overbodige begrippen bij zoveel genialiteit?...