Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Posts uit 2025 tonen

Friedrich Bötel Von Neuenstein.

  Soms denk je dat je mensen kent, dat je weet wie ze zijn. Soms slaat de balans ook naar de andere kant door. Ik liep door de stad en zag hem aan de overkant van de straat lopen, Friedrich Bötel Von Neuenstein. Onafscheidelijk waren we ruim veertig jaar geleden. In elk klaslokaal zaten we naast elkaar en ieder vrij uurtje brachten we samen door. Friedrich was een glanzende polderjongen, wel geproportioneerd met schouders als klapdeuren en een borstkas als een bovenmaatse snijplank. We zijn elkaar na de middelbare school uit het oog verloren. Toch herkende ik hem direct. Hij was ouder geworden. Uiteraard, wie wordt er niet ouder? Zijn oogopslag herkende ik echter uit duizenden. ‘Hoi oude vriend!’ zei ik terwijl ik op hem afliep. Voordat hij wat kon zeggen stak ik een hand uit om hem tegemoet te treden met een warme begroeting. Zijn hand was kil, koud, ijskoud zelfs. ‘Oh oude vriend, ‘zei ik ‘Wat heb je een koude hand.‘ ‘Dat klopt, ‘zei hij. ‘Ik heb een stalen kunsthand. Ste...

De Veel - Werelden - Hypothese.(5)

  Mijn club doet het slecht. We verliezen aan de lopende band en het spel is niet om aan te zien. Het is half december en we zijn al uitgeschakeld voor alle prijzen. Het donkere bos waar ik nu loop, bezwangerd van het vocht, versierd met spinrag, kussens van mos en dode bladeren, brengt me niet de vreugdegolven die ik normaliter hier wel heb. Ik ga op een boomstam zitten en contempleer. Vanuit de nevel duikt hij op, lang, oud, wijs en grijs. Het is inmiddels geen verrassing meer. ‘Wat kijk je sip Eenzame Fietser.‘ ‘Het gaat niet goed met mijn club Beste Man.’ ‘Die club uit Zuid?’ ‘Yep’ ‘Maar daar gaat het toch zelden goed mee? ‘ ‘Dat valt op zich wel mee Beste Man, maar het lijkt of ik het steeds moeilijker kan verdragen. De pijn nestelt zich in mijn poriën en mijn bloedbaan. Kon ik het maar veranderen. Had ik maar de macht er iets aan te doen. ‘ ‘Die macht heb je Eenzame Fietser.‘ ‘Yeah, right Beste Man. Vertel.’ ‘Heel simpel. Je reist terug in de tijd, past wa...

Zeven rijen dik voor een Bratwürst.

  Eens in de zoveel tijd maak ik een tripje met Grote Geeuw en Ome Beertje. Honderd van de honderd keer is het een tripje naar een niet al te ver gelegen stad. We struinen rond, drinken en eten wat en bekijken, indien mogelijk, een voetbalwedstrijd. De tripjes staan niet echt bol van vooruitstrevendheid. De hippe ervaringen zijn op de vingers van een stomp te tellen. De steden en/of het jaargetijde waarin onze tripjes plaatsvinden zijn grauw. Alle kleur is eruit geramd. Voor veel mensen zou dit een nachtmerrie zijn, voor ons is het echter een zegen. Grauw is voor ons het nieuwe zonnetje en een donkere kelder waar je bier kunt drinken is voor ons het nieuwe zonovergoten terras. De bestemming was dit keer Aken. We hadden al vroeg afgesproken en begonnen de reis met een omweg via Utrecht en een vertraging van ruim een uur. Desondanks waren we prima op tijd in ons hostel, letterlijk naast de Hauptbahnhof gelegen. De kamer was al gereed en de stapelbedden stonden strak gestreken op ons ...

Alcoholisten drinken graanhalmen.

  ‘We zijn er mijnheer. Dit is de eindhalte.'  Ik loop naar de buschauffeur en wil hem bedanken als een man met een open kwijlende mond langs me loopt en me hard aanstoot.‘   ‘Trek het je niet aan,‘ zegt de chauffeur. ‘Deze komt uit de Hut.’ ‘De Hut?‘ ‘Ja de Hut. Dat is een psychiatrische inrichting een stukje verderop. Er zitten hele zware gevallen en wat lichtere gevallen zeg maar. De lichte gevallen mogen tussen 9.00 uur en 17.00 uur buiten de poort vrij bewegen. Vandaar dat je in de omgeving zo nu en dan zo’n losgeslagen projectiel ziet rondscharrelen. Ze doen geen kwaad, zijn hoogstens een tikje onaangepast.'  Ik bedank de chauffeur voor deze informatie en kijk op Maps hoe ik moet lopen naar het hutje dat ik voor twee weken heb gehuurd. Hier, in een verre hoek van het Avondland, ben ik van plan mijn aanstaande dichtbundel   Alcoholisten drinken graanhalmen te perfectioneren. Mijn uitgever is reuze enthousiast over het manuscript en verwacht er veel...

Vissen zonder vangst.

   I k ben een tijd een fanatiek visser geweest. Mijn materiaal was heel basic, een bamboe hengel, een eenvoudige witvisdobber en als aas gebruikte ik kleine bolletjes witbrood. Mijn lievelingsplek was bij een ven, diep verscholen in de bossen achter mijn huis. Het ven is te bereiken via een smal bospad welke dwars door dichte begroeiing voert. Naar zeggen zit het er boordevol met vis. Legendarische verhalen heb ik gehoord van vissers die beladen met vis uit het bos zouden zijn komen lopen. De wandeling naar het ven was iedere keer weer een meditatieve trip voor me. Mijn neusvleugels werden bestuift met de heerlijkste natuurlijke geuren die je je maar kunt voorstellen. Anijs, natte mossen, humus, rotte bladeren, dierlijke faeces, uit boomschors druipend hars, het was er allemaal. Symfonieën van door de wind bewegende krakende takken, het geritsel van kleine zoogdieren op de bosgrond, het op de grond vallen van dennenappels, het burlen van een hert en het geluid van stilte zo...

Zoals het klokje thuis tikt tikt het nergens(4).

    Nu sta ik hier in die lege aan erosie blootgestelde stad. Duizend jaar in de toekomst, ver van en dicht bij huis en haard tegelijk.  ‘Proef van de tijddilatatie,’ zei de Beste Man. Waarom heeft hij me in vredesnaam hierheen gestuurd? Kijk, er zit iets in mijn linker broekzak. Een stuk papier. Ik vouw het papier open en het blijkt een brief te zijn, een brief van de Beste Man.  ' Beste Eenzame Fietser. ‘Wat heb ik nu aan mijn fietsen hangen?’ zul je wel denken. Je zult het allemaal gaan leren Fietser, heb geduld. Je weet toch dat het heelal aan het uitdijen is? Heb je wel eens een ballon opgeblazen? Precies, die wordt groter en groter, dijt uit. Waarom dijt de ballon uit? Inderdaad, omdat deze ruimte heeft om uit te dijen. Die ruimte heeft ons heelal ook. Er bevinden zich talloze universums in deze ruimte Fietser, maar wat is die ruimte dan? Je staat nog maar aan het begin. Je gaat het allemaal leren, de vierde dimensie, de afstandmeting via niet – Euclidische m...

Hoe sneller een klok beweegt, hoe langzamer ie loopt.(3).

  Zondagochtend, 6.15 uur. Ik schuif de gordijnen opzij en kijk naar buiten. De natte straten zijn gevuld met stilte en leegte. Deze dag vraagt om een ritje Hoek van Holland. Terwijl het water links en rechts van de gevels klotst en een enkeling aan de overkant van de straat scharrelt, loop ik door verlaten straten richting metrostation Blijdorp. Hier duik ik met behulp van een elektrische trap zesentwintig meter de grond in. Op het perron ben ik, zoals verwacht, de enige reiziger. Langzaam hoor ik zijn voetstappen naderen en even later staat hij voor me. Zijn grijze baard en haren zijn inmiddels weer gegroeid. Hij ziet er weer uit als vanouds. ‘Eenzame Fietser. Goedemorgen.’ ‘Goedemorgen.’ ‘Op de een of andere manier had ik je vandaag hier wel verwacht.’ zegt hij. ‘Het is er een prima tijd voor beste man. Ik heb de ganse dag de tijd.’ ‘Wederom speel je met de tijd terwijl je er totaal geen weet van hebt Eenzame Fietser?'  'Weet van hebt?' 'Hoe sneller een...

De Informatieparadox(2)

  Ik loop door een door de zon beschenen en fel verlicht bos. Het is hoogzomer en de bomen tonen hun bladeren in volle pracht. De lucht is helder en warm.  In de verte zie ik een man aan komen lopen. Hij is rijzig, kaal en heeft een glad gezicht. ‘Goedemorgen Eenzame Fietser,‘ groet hij me. ‘Insgelijk. Ken ik u?’ ‘Zeker. We hebben elkaar vaker ontmoet.’ Ik staar in zijn ogen en hij komt me inderdaad bekend voor. ‘Waar hebben we elkaar ontmoet?’ ‘In bossen als deze en op eindeloze boomloze vlaktes. Kijk maar eens goed naar mijn kale hoofd en mijn gladde kaak. Vanmorgen had ik het nog, een grijze baard en lang grijs haar. Ik ben vanmorgen naar de kapper geweest.’ ‘Warempel. U heeft gelijk. Nu zie ik het.’ Vorige keer ben je met me mee gegaan naar Halte Singulariteit . Heb je zin om nog een stukje verder te gaan?’ ‘Nog verder? Maar we waren toch al bij het eindpunt? ‘ ‘Daar heb je geliik in Eenzame Fietser. De Singulariteit was inderdaad ons eindpunt, maar metaf...

Halte Singulariteit(1)

Ik stond vanmorgen op metrostation Blijdorp om de metro naar eindpunt Hoek van Holland te nemen. Hier stopt de metro aan het strand en heb je het gevoel dat je aan het einde van de wereld bent beland. Als je hier uitstapt, zeker in de herfst en de winter, dan ruik je heel sterk de zee en word je aan alle kanten gezandstraald. Metrostation Blijdorp is het mooiste metrostation van ons land. Het ligt diep verscholen onder de grond en heeft de grandeur van de Moskouse metrostations welke door Stalin en consorten zijn gebouwd. Hier stond ik vanmorgen. Het is stil, heel stil, ik ben de enige levende ziel op het perron. Op het scherm staat ‘ Eindstation Hoek van Holland ’ . Plots hoor ik in de verte voetstappen naderen. De klanken van de voetstappen klinken hol op het verlaten perron. Lang, rijzig en met een grijze baard komt hij naar me toe lopen en gaat naast me zitten. ‘Goedemorgen, ‘ zegt hij. ‘ Ga je op reis? ‘ ‘ Op reis is een groot woord. Ik ga naar Hoek van Holland. ‘ ‘ Soms...

1+1=1

Het is een prachtige herfstdag. Een dag die vraagt om de bossen in te trekken en wat ik dus ook doe. Alle unique selling points van een schitterend herfstwoud zijn samengebald op die enkele vierkante kilometers waar ik mijn wandeling doe. De geur van anijs, veroorzaakt door de eerste nachtvorst, mengt zich met de geur van eucalyptus, paddestoelen en mossen. Het verstilde loofwoud schudt de bont gekleurde bladeren van de takken. Ik hoor geluiden van bronstige, burlende edelherten, gravende everzwijnen, over bladeren en takjes trippelende eekhoorns en het gekras van gitzwarte raven die als gevleugelde duivels door het bos vliegen. Ik heb de schoonheid van het herfstbos al zo vaak mee mogen maken, maar het verveelt nooit. Plotseling, en toch ook niet verrassend, staat hij daar. Grijs, rijzig, oud met een lange baard. Ik ben hem al vaker tegengekomen en iedere keer etaleert hij weer een spoor van wijsheid en blijf ik achter met de vraag : Was dit echt of heb ik gedroomd? ‘Kun je je een...

De postzegelverzamelaar.

  Om onduidelijke redenen ben ik in dit stadje beland. Het is liefde op het eerste gezicht. De verweerde barokke gevels, de door paardenwagens kapot gereden kasseien, de duistere stegen en door monumentale bomen omzoomde lanen sober verlicht door ouderwetse straatlampen en de in de straten hangende nevel, het maakt een onuitwisbare indruk op me. Het stadje is gelegen aan de rand van een uitgestrekt vochtig heidegebied vol met vennen. Ongeacht welk tijdstip, je voelt bij tijd en wijle de kille lucht vanuit de afgelegen gronden deze buitenpost instromen. Het is stil op straat en in de steeg waar ik nu loop is zelfs geen mens te bekennen. De mist is in dit steegje blijven hangen en ik zie niet verder dan een meter of vijf. Halverwege stuit ik op een winkeltje. Curiositeitenwinkel staat er op een bord welke boven een groene houten deur hangt. Ik draai de koperen deurknop om en terwijl de deur open gaat tingelt er een deurbel. Ik schud de sneeuw van mijn jas en kijk in het rond. Het w...

Slijter.

  Ik wil het in dit stukje over het fenomeen slijter hebben. U weet wel, die man of vrouw die in stofjas achter de toonbank flessen advocaat en citroenjenever staat te verkopen. Misschien, maar ik denk het niet, heeft u wel eens van het begrip onomatopee ( klanknabootsing ) gehoord. Een  onomatopee  of  klanknabootsing  is een woord dat fonetisch het geluid dat het beschrijft nabootst of suggereert.   Je kan dit zelfs nog breder zien. Een woord kan daarnaast ook associaties, beelden oproepen. Ik heb dit zelf bijvoorbeeld bij het woord swaffelen. Ik had nog nooit van dat woord gehoord, maar wist meteen wat het behelsde toen ik het woord voor het eerst hoorde. Als we bijvoorbeeld eens kijken, luisteren naar het woord boterbloempje. Al heb je nooit van dit woord gehoord, de klank bootst liefde, zachtheid en vriendelijkheid uit. Als u het uitspreekt dan danst de letter B over uw lippen. Gaat u maar eens voor de spiegel staan en kijk naar u zelf als u het wo...